SEARCH
TOOLBOX
LANGUAGES
Actief burgerschap in de adolescentie

Actief burgerschap in de adolescentie

Uit Participatiewiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Inleiding

Het woord ‘adolescentie’ wordt gebruikt voor de periode tussen de kinderjaren en de volwassenheid. Dit is een periode van overgang, waarin zich op verschillende terreinen en in een snel tempo veel ontwikkelingen voordoen[1]. Hoe en op welke manier krijgt ‘actief burgerschap’ vorm binnen deze specifieke levensfase? 

De adolescentiefase

Afbakening

De kinderjaren zijn voor veel kinderen een periode van betrekkelijke zekerheid. De normen liggen nog min of meer vast, zij twijfelen nog niet aan hun waarden en ervaren hun omgeving over het algemeen nog als veilig en betrouwbaar. Rond het twaalfde jaar beginnen een aantal veranderingen op te treden die samenhangen met de ontwikkeling naar de volwassenheid. In het dagelijks spraakgebruik noemt met dit vaak de ‘puberteit’, of de ‘adolescentie’. De adolescentie duurt dus ongeveer van het 12de tot het 22ste levensjaar, maar kan ook wel enkele jaren eerder beginnen of later eindigen[2]. In deze periode ontwikkelt de ‘adolescent’ zich op allerhande vlakken:
• lichamelijk
• cognitief
• op vlak van zijn/haar identiteit
• (…)

Ontwikkelingen

Lichamelijke ontwikkeling

Ook in de kindertijd groeit het lichaam, maar in de puberteit is er sprake van een duidelijke versnelling in de groei. De leeftijd waarop die groeiversnelling begint, kan erg variëren per kind. Bij jongens begint die tussen 10,5 en 16 jaar. Bij meisjes begint de groeiversnelling tussen de 7,5 en 13 jaar. Daarnaast start het ‘seksuele rijpingsproces’. Jongens worden ‘geslachtsrijp’ tussen 10 en 15 jaar, meisjes tussen 9 en 14 jaar[3]. Door al deze veranderingen wordt de jongere erg onzeker over zijn uiterlijk. Hij of zij ziet zijn lichaam veranderen en vergelijkt dit met anderen. Bovendien lijkt uiterlijk schoon soms van levensbelang voor de puber. Al deze veranderingen spelen dus een belangrijke rol in de psyche van de jongere.

Cognitieve ontwikkeling

Het denken van een adolescent vertoont een belangrijke, nieuwe dimensie: het abstracte denken. Terwijl het denken van een kind zich beperkt tot concrete zaken, kan een adolescent nadenken over abstracte zaken en begrippen. Bijvoorbeeld: als aan kinderen gevraagd wordt wat voor taken de regering heeft, noemen ze concrete zaken zoals wegen aanleggen of huizen bouwen. Adolescenten beschrijven de taak van de regering in veel algemener termen: zij noemen zaken als het handhaven van de wet en het beschermen van de vrije meningsuiting[4]. Abstract denken betekent dus dat de adolescent kan nadenken over zaken die niet waarneembaar zijn; hij of zij kan verdergaan dan het hier en nu aanwezige, in tegenstelling tot kinderen die ‘concreet’ denken. Een ander voorbeeld: als je aan kinderen vraagt wat ze later willen worden, kiezen zij bijna altijd voor concrete beroepen: postbode, bakker, brandweerman enzoverder. Adolescenten echter antwoorden vaker abstracter: ze willen ‘iets’ met talen doen, of ‘iets’ in de sociale sector. Zij maken dus veralgemeningen die abstracter zijn.

Identiteitsontwikkeling

De centrale ontwikkelingstaak in de adolescentie is in navolging van Erikson te typeren als het ontwikkelen van een eigen identiteit. Dit houdt in dat jongeren zich geleidelijk losmaken van de wereld van de ouders en het gezin waarin zij opgegroeid zijn. Gaandeweg ontwikkelen ze een eigen stijl in relaties met andere mensen[5]. Gelukkig is deze ontwikkeling een proces van jaren, waarbij jongeren langzaamaan steeds meer verantwoordelijkheid voor hun eigen leven gaan dragen. Als het goed is, kunnen jongeren tijdens hun adolescentie nog steunen op hun opvoeders. Opvoeders moeten meer op afstand begeleiden, maar ook nabij kunnen zijn. De jongere gaat zich (langzaamaan) losmaken van de opvoeders, de opvoeders moeten de jongere steeds meer loslaten[6].

Besluit

Door al deze veranderingen (zoals hier besproken: lichamelijk, cognitief, identiteitsontwikkeling) kan de jongere zich nogal onzeker voelen. Sommige onderzoekers noemen de adolescentie dan ook een “Storm and Stress”-periode. Ook in het gewone taalgebruik wordt de adolescentie de “moeilijke leeftijd” of “de apenjaren” genoemd. Er mag natuurlijk niet té veel veralgemeend worden. Alle veranderingen brengen weliswaar enige emotionele verwarring met zich mee, maar de meeste jongeren overleven de adolescentie zonder al te veel kleerscheuren[7].

Actief burgerschap tijdens de adolescentie

Na deze theoretische inleiding gaan we na hoe actief burgerschap een beslissende rol kan spelen in het leven van de adolescent. Elke adolescent in België is onderworpen aan de leerplicht. De jongere spendeert dus heel wat tijd op de schoolbanken. De klas- en schoolomgeving is dus een uitgelezen context om jongeren kennis te laten maken met verschillende vormen van actief burgerschap. De Vlaamse overheid besteedt dan ook veel aandacht aan actief burgerschap, maar ook de rol van de ouders en de leeftijdsgenoten mag niet onderschat worden. Bovendien bestaan er in de vrije tijd heel wat manieren om als jonge burger actief te zijn.

Op school

Zoals eerder vermeld, spendeert de jongere heel wat tijd op school. De leerplicht zorgt er immers voor dat veel jongeren les volgen op school. Leerplicht is echter geen schoolplicht; in België ben je verplicht om les te volgen, maar niet om dit op een school te doen. Huisonderwijs is dus ook mogelijk, maar slechts een minderheid kiest hiervoor. De leerplicht eindigt op 30 juni van het kalenderjaar waarin de leerling 18 wordt of op de 18de verjaardag[8].

De overheid

VOETEN

De overheid legt een stramien vast waarbinnen het onderwijs zich beweegt. Dit stramien wordt vertaald in eindtermen en ontwikkelingsdoelen.
o Eindtermen: eindtermen zijn onderwijsdoelen die de leerlingen moeten behalen.
o Ontwikkelingsdoelen: de school is verplicht om een inspanning te leveren om deze doelen te behalen.
Voor elk vak bestaan er eindtermen of ontwikkelingsdoelen, dit worden dan ‘vakgebonden’ eindtermen of ontwikkelingsdoelen genoemd, bijvoorbeeld voor het vak Nederlands of wiskunde.
Er zijn ook ‘vakoverschrijdende eindtermen of ontwikkelingsdoelen’ (vanaf nu VOETEN). Dit houdt in dat in principe elke leerkracht, ongeacht welk vak hij of zij geeft, deze onderwijsdoelen moet nastreven. Er zijn 6 thema’s, waaronder “opvoeden tot burgerzin”. Hier krijgt actief burgerschap een plaats binnen het onderwijs. Op de website van het Vlaams departement van Onderwijs staat een exhaustief overzicht van alle mogelijke eindtermen en ontwikkelingsdoelen[9]. Enkele voorbeelden uit het veld “opvoeden tot burgerzin”:
• de leerlingen kennen voorbeelden van schendingen van mensenrechten
• de leerlingen spannen zich in om argumenten van anderen te respecteren
• de leerlingen voelen zich aangesproken om binnen en buiten de school verantwoordelijkheid op te nemen[10]

Veranderingen op til

Het heeft weinig zin om alle VOETEN op te sommen, aangezien vanaf het schooljaar 2010-2011 de nieuwe VOETEN in werking treden. Voordien bepaalde de overheid leeftijdsgebonden eindtermen, maar deze piste wordt verlaten. Er wordt ook niet meer gewerkt met de 6 verschillende thema’s, maar met een “gemeenschappelijke stam” en “contexten”. Deze veranderingen mogen echter niet overschat worden: het gaat om een inhoudelijke actualisering, niet om een radicale ommezwaai. Burgerschap blijft dus een belangrijke plaats bekleden in het Vlaamse onderwijslandschap[11].

Leerlingenraad

Een leerlingenraad is een raad die bestaat uit door leerlingen gekozen of benoemde vertegenwoordigers. Veelal gaat het hier om een raad verbonden aan een middelbare school. Een leerlingenraad behartigt de belangen van leerlingen. Veel voorkomende onderwerpen bij een leerlingenraad gaan bijvoorbeeld over schoolfeesten, het leerlingenstatuut, het mee-organiseren van een evenement op school en deelname in diverse commissies. Daarnaast is de leerlingenraad bevoegd om - gevraagd en ongevraagd - advies uit te brengen over zaken die leerlingen direct aangaan[12]. In België is een leerlingenraad of andere vorm van gegarandeerde inspraak op elke school bij het participatiedecreet (2004) verplicht gesteld[13].

Leerlingenraden in België kunnen lid worden van de Vlaamse Scholierenkoepel (VSK). VSK organiseert activiteiten, informeert en vertegenwoordigt scholieren. Als scholierenkoepel is ze een ‘eerste hulp bij leerlingenraad-ongevallen’, organiseert ze vormingen en discussiemomenten en heeft ze een mening over alles wat met het secundair onderwijs te maken heeft. De vereniging brengt de stem van de scholier mee in het debat, omdat ze ervan overtuigd is dat een ‘goede school’ en ‘goed onderwijs’ mee gemaakt wordt door scholieren en hun meningen.
De Vlaamse Scholierenkoepel vertegenwoordigt 600 leerlingenraden in Vlaanderen, uit scholen van alle onderwijsnetten en onderwijsvormen (ASO, BSO, BuSO, DBSO, KSO, TSO) en die verspreid liggen over de vijf provincies[14].

Educatieve organisaties

Zeer veel organisaties bieden educatieve pakketten aan die vallen onder de noemer “actief burgerschap”. Hieronder volgt een greep uit het aanbod:
• www.vormen.org
Vormen vzw werkt rond mensen- en kinderrechteneducatie. Zij hebben materiaal voor alle graden in het middelbaar onderwijs.
• www.kleurbekennen.be
Kleur bekennen is een vzw die als centraal thema “wereldburgerschap” heeft gekozen. Naast educatief materiaal bieden zij ook financiële ondersteuning.
• www.dekrachtvanjestem.be
De kracht van je stem is de educatieve dienst van het Vlaams Parlement. Zij geven meer uitleg over politiek en democratie. Deze dienst biedt lesmateriaal, educatieve activiteiten, vorming en nascholing.
• www.knooppuntdemocratie.be
Het Knooppunt Democratie is een initiatief van de Koning Boudewijnstichting. Deze dienst ontwikkelt daganimaties over democratie en burgerzin voor alle klassen van de 3de graad van het lager onderwijs tot en met de 3de graad van het secundair onderwijs (alle onderwijsniveaus).
• www.spelinfo.be
Het Centrum voor Informatieve Spelen ontwikkelt informatieve spelen voor onder meer jeugdwerk en onderwijs. Ze hebben een breed gamma spelen over thema’s zoals “democratie”, “milieu”, “diversiteit”

Sociale stage

Steeds meer scholen introduceren ‘sociale stages’ in hun lessenpakket. De term sociale stage kent in de schoolpraktijk vele varianten zoals: sociale inzetdagen, alternatieve bezinningsdagen, vrijwilligerswerk voor leerlingen, sociaal project, project gemeenschapsdienst, ontmoetingsdagen en andere. Het betreft hier een aanbod om leerlingen in te zetten in het vrijwilligerswerk. Het is een aanbod voor alle leerlingen, ongeacht studierichting of onderwijsvorm. Het gaat dus uitdrukkelijk niet om een beroepsstage in het teken van het toekomstige beroep, maar wel om vrijwilligerswerk[15].

In de vrije tijd

In vergelijking met oudere leeftijdsgenoten hebben adolescenten veel vrije tijd[16]. Er wordt dan ook veel onderzoek verricht naar de vrijetijdsbesteding van jongeren. Uit verschillende onderzoeken komt een gelijkaardige trend naar voren wat betreft frequente vrijetijdsbestedingen van jongeren. “Passieve” activiteiten zoals muziek beluisteren en televisie kijken krijgen een belangrijk aandeel in de vrije tijd van de jongere. Toch is dit niet onmiddellijk hun meest favoriete bezigheid. Zeker televisiekijken wordt niet zo graag gedaan als verwacht. Veel hangt immers af van de sfeer of context waarbinnen de activiteit zich afspeelt. Activiteiten buitenshuis worden meer geapprecieerd dan activiteiten binnenkamers. Jongeren gaan graag met vrienden naar de film, een fuif of uit eten[17]. Dit past nu eenmaal in de identiteitsontwikkeling van de jongere (cf.supra): de jongere maakt zich los van zijn opvoeders en het gezin. Hij of zij ontwikkelt een eigen identiteit en verkent op eigen houtje de wereld buiten het gezin; vrienden en leeftijdsgenoten spelen daarbij een belangrijke rol.
In de vrije tijd kan de jongere op verschillende manieren met actief burgerschap bezig zijn. Er zijn zeer veel organisaties die jongeren een kortstondig of langdurend engagement bieden. Alle organisaties opsommen is een onbegonnen zaak. Toch geven we hieronder enkele voorbeelden, om een beeld te geven van het gevarieerde aanbod:
• Bouworde vzw: een erkende jeugdvereniging. Op kamp gaan met Bouworde is de unieke combinatie van een jongerenvakantie, een groepsreis en vrijwilligerswerk. Een bouwkamp vindt plaats op een kansarmoedeproject van de Derde of de Vierde Wereld. Je werkt samen met je groepsleden om de leefomstandigheden van de bewoners te verbeteren.
• Responsible Young Drivers wil jongeren stimuleren om verantwoord te rijden. Jonge actieve vrijwilligers motiveren hun leeftijdsgenoten op een ludieke, niet-dwingende manier. Op oudejaar brengen vrijwillige chauffeurs honderden feestvierders veilig thuis.
• Jeugd Rode Kruis: Het Jeugd Rode Kruis is een erkende jeugdbeweging. Jeugd Rode Kruis wil kinderen al op jonge leeftijd vertrouwd maken met eerste hulp. Binnen de activiteiten probeert de organisatie jongeren een "maatschappelijk" gevoel aan te brengen van: vrijheid van mening, zelfontwikkeling, uitdagingen, verantwoordelijkheid, betrokkenheid en verdraagzaamheid.
Cijfers over de participatie aan het jeugdwerk (jeugdbeweging, jeugdvereniging, jeugdhuizen, speelpleinen…) liggen uit elkaar. Smits heeft het over 40%, het onuitgegeven werkproject Kliksons over 57%[18].

Rol van de ouders

In de inleiding zagen we dat de rol van de ouder essentieel verandert tijdens de adolescentie. De jongere maakt zich immers langzaamaan los van zijn of haar opvoeder. In sommige gevallen gebeurt dit zonder noemenswaardige problemen, in andere gevallen komt de adolescent in opstand tegen elke wens en opvatting van de ouder.
In elk geval is het belangrijk dat de adolescent de kans krijgt om binnen het gezin verschillende soorten sociale ervaring op te doen. Een zeer belangrijke voorwaarde voor het vervullen van een rol is dat men in de gelegenheid is in een bepaalde groep te participeren. Binnen het gezin is het dus belangrijk dat het kind/de adolescent de kans heeft om mee te doen aan allerlei gezinsbeslissingen. Uit onderzoek van Kohlberg bleek dat kinderen van ouders die hen aanmoedigen om mee te doen bij het bespreken van diverse zaken, verder in hun ontwikkelingen stonden dan andere kinderen[19].
Naarmate de jongere evolueert, is hij of zij steeds meer in staat om zich een eigen standpunt te vormen over allerhande thema’s. De standpunten van de ouders worden daarbij kritisch bekeken, in tegenstelling tot de kindertijd. In de kindertijd laat het kind zich vooral leiden door informatie die hij of zij krijgt van de ouders. In de adolescentie wordt de blik van de jongere ruimer: hij ontdekt standpunten van andere mensen, zoals leerkrachten of vrienden. Ook verschillende media (televisie, internet) laten de jongere kennismaken met andere invalshoeken dan die van de ouders. Hierbij is het belangrijk dat de ouder of opvoeder ruimte laat voor het eigen standpunt of de eigen mening van de jongere. 

Rol van leeftijdsgenoten

Tijdens de adolescentie worden leeftijdsgenoten steeds belangrijker. Adolescenten besteden veel tijd met hun leeftijdsgenoten. De school is de belangrijkste plaats om vrienden te maken en te ontmoeten. Ook buiten school gaan ze veel om met vrienden en andere tieners, zeker naarmate de adolescent ouder wordt. De omgang met leeftijdsgenoten biedt extra mogelijkheden tot het leren van bepaalde sociale vaardigheden, zoals: communiceren (bv. op een constructieve manier discussiëren), assertief zijn (bv. voor zichzelf opkomen), het omgaan met eigen (sterke) emoties[20]. Binnen de groep van leeftijdsgenoten kan de adolescent zich oriënteren over zijn normen en waarden. Met andere woorden: door contact met leeftijdsgenoten ontdekt de jongere van welke normen en waarden anderen uitgaan en door welke waarden en normen hij zich wil laten leiden[21].

  1. De Wit, J., Psychologie van de adolescentie, 1999, p.13. Laatste, herwerkte uitgave van dit boek dateert van 2006.
  2. Rooijendijck, De mens in thema’s, 1998, p.121.
  3. De mens in thema’s, p.122.
  4. Psychologie van de adolescentie, p.72-73.
  5. Psychologie van de adolescentie, p.13.
  6. De mens in thema’s, p.179.
  7. Psychologie van de adolescentie, p.18-19.
  8. www.onderwijs.vlaanderen.be/leerplicht.
  9. http://www.ond.vlaanderen.be/dvo/secundair/index.htm.
  10. Dit zijn allemaal voorbeelden uit de tweede graad http://www.ond.vlaanderen.be/dvo/secundair/2degraad/vakoverschrijdend/eindtermen/burgerzin.htm(29 december 2009).
  11. Meer informatie over de veranderingen vind je in het artikel ‘De nieuwe vakoverschrijdende eindtermen’, geschreven door Bart Maes, Lut Creemers en Hugo Vanheeswyck van de Eniteit Curriculum. Het artikel is opgenomen in ‘Perspectief’, tijdschrift van Sociumi vzw (vrij te downloaden op http://www.sociumi.be/downloadbare_pdf's/pespectief4-08lr.pdf).
  12. Wikipedia, lemma ‘Leerlingenraad’ (21/12/2009).
  13. http://www.ond.vlaanderen.be/edulex/database/document/document.asp?docid=13504. De meeste aspecten van dit participatiedecreet staan duidelijk uitgelegd in: Van Petegem, Wegwijs in het Vlaamse onderwijs : onderwijsorganisatie en -beleid in kaart gebracht, 2008.
  14. http://www.vsknet.be/
  15. ‘Sociale stage, leren zich belangloos inzetten’, VSKO pedagogisch bureau, Guinardstraat 1 – 1040 Brussel).
  16. Sinnaeve, I., Van Nuffel, K. & Schillemans, L. (2004). Jeugd en vrije tijd. Thuis tv-kijken, voetballen of naar de jeugdbeweging? In D. Burssens, S. De Groof, H. Huysmans, I. Sinnaeve, F. Stevens, K. Van Nuffel, N. Vettenburg, M. Elchardus, L. Walgrave & M. De Bie (Eds.), Jeugdonderzoek belicht. Voorlopig syntheserapport van wetenschappelijk onderzoek naar Vlaamse kinderen en jongeren (2000-2004) (pp.59-80). Onuitgegeven onderzoeksrapport, K.U.Leuven, VUB & UGent, p.4.
  17. ‘Jeugd en vrije tijd’, p. 17.
  18. ‘Jeugd en vrije tijd’, p.12-13.
  19. Psychologie van de adolescentie, p.229.
  20. Psychologie van de adolescentie, p.119.
  21. Psychologie van de adolescentie, p.120.