Actieonderzoek - Participatiewiki
Zoeken
Hulpmiddelen
LANGUAGES
Actieonderzoek

Actieonderzoek

Uit Participatiewiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Wat is actieonderzoek

Omschrijving

Er zijn verschillende vormen van actieonderzoek. Een vorm van actieonderzoek, ook wel aangeduid als handelingsonderzoek, is: “een gezamenlijke onderzoekspraktijk van onderzoekers en onderzochten om in eerste instantie het handelen van onderzochten te verbeteren [...] Onderzoekers en onderzochten werken er samen, waarbij zij zich verhouden als subject en subject. Er ligt een grote nadruk op het aspect van transformatie en leren. En wat het belangrijkste is, er wordt gestreefd dit te laten gebeuren in een gedemocratiseerde verhouding tussen onderzoekers en onderzochten.”[1]
Actieonderzoek richt zich dus allereerst op het “verbeteren van het maatschappelijk handelen van mensen door middel van wetenschappelijk onderzoek”.[2] Het is onderzoek gericht op sociale actie [3] en daarmee een middel tot verandering.

Een andere vorm van actieonderzoek is die waarbij onderzoeker en onderzochte dezelfde persoon zijn. Iedereen kan namelijk actieonderzoek doen. Wel is het van belang dat je daar eerst in begeleid wordt, zodat je leert hoe je actieonderzoek moet doen. Na een aantal actieonderzoekcycli, ben je in staat het zelf te doen. Vaak betekent dat dat je een kritische onderzoekende houding hebt ontwikkeld waarmee je alle aspecten van je praktijk kunt onderzoeken en kunt verbeteren. Ook bij deze vorm van actieonderzoek worden er sociaal-wetenschappelijke methodes gebruikt. Heel belangrijk hierbij is dat je vooronderstellingen gecheckt worden door middel van analyses die je met anderen (critical friends) uitvoert. Bij actieonderzoek is het doen van onderzoek even belangrijk als het ondernemen van actie. Alleen door stappen te zetten en onderzochte verbeteringen door te voeren, kan er sprake zijn van actieonderzoek. [4] [5] [6]

Voorbeeld

Een voorbeeld van actieonderzoek zou kunnen zijn: een onderzoeker die meedraait in een lokale vereniging en samen met de beroepskrachten en vrijwilligers op zoek gaat naar hoe meer vrijwilligers geworven kunnen worden. Wat kunnen de beroepskrachten en vrijwilligers doen, hoe kunnen ze handelen om meer vrijwilligers aan te trekken? In het onderzoek worden verschillende technieken uitgeprobeerd en samen met de betrokkenen geëvalueerd. Het is een leerproces voor de betrokkenen van de lokale vereniging omdat ze leren hoe ze het probleem van te weinig vrijwilligers in hun ploeg kunnen oplossen. Het is een leerproces voor de onderzoeker omdat de informatie voornamelijk aangereikt wordt door de onderzochten. Daarnaast kunnen de gegevens die hij verzamelt ook voor andere lokale verenigingen en voor het werven van vrijwilligers in het algemeen interessante inzichten bieden.

Kenmerken

Bij het omschrijven van actieonderzoek komen een aantal elementen naar voor:

  • Actieonderzoek is onderzoek, met een kleinschalige opzet. De verworven kennis over het verbeteren van het handelen in de onderzochte situatie, moet ook inzichten bieden voor andere gelijkaardige situaties. Ze moet generaliseerbaar zijn [7] of een exemplarische geldigheid kennen.[8]
  • Dit onderzoek is praktijkgericht. Het grijpt in in de sociale werkelijkheid waar het problemen wil oplossen en verandering wil brengen. Deze verandering slaat op een verbetering van het handelen van de onderzochten.
  • Gezien actieonderzoek een bepaalde richting voor verandering voor ogen houdt, is het geen neutrale wetenschap. Actieonderzoek is normatief. Democratie, het gegeven dat zoveel mogelijk mensen mee vorm kunnen geven aan zoveel mogelijk terreinen van het leven [9], is haar ethisch uitgangspunt. Actieonderzoek is emancipatorisch.
  • Gelijkwaardigheid staat centraal in de relatie tussen betrokkenen en onderzoekers. De partijen gaan een dialoog aan waarin ze elk hun interpretaties van de situatie en van elkaar proberen te verduidelijken. Men spreekt ook wel van dubbele hermeneutiek [10]. De onderzoeker interpreteert niet alleen de werkelijkheid zoals hijzelf ze waarneemt, maar ook de interpretaties van de onderzochten van die werkelijkheid. Gelijkwaardigheid van alle betrokkenen komt hier in de plaats van de alwetende, objectieve onderzoeker versus de naïeve onderzochte. [11] 
  • Het onderzoek is voor alle betrokken partijen een leerproces. Er is een dubbele leerlus of double loop learning omdat men in actieonderzoek niet enkel het resultaat vergelijkt met het doel dat men heeft vooropgesteld (single loop learning of enkelvoudige leerlus), maar ook de doelen op zich in vraag stelt (double loop learning) en het onderzoek op basis daarvan bijstuurt. [12] Actieonderzoek vermijdt de confrontatie met gevestigde belangen en ideeën niet, maar gaat ze juist aan. [13] Reflexiviteit is een belangrijke component van actieonderzoek. Het gaat om het stilstaan bij het handelen: ‘Wat doe je nu en waarom doe je het?’. Volgens Giddens zijn mensen steeds bezig met pogingen om de sociale werkelijkheid vorm te geven vanuit hun eigen opvattingen en passen ze zich tegelijkertijd zelf aan aan de sociale werkelijkheid. Sociale structuren bepalen de voorwaarden waaronder mensen kunnen handelen, anderzijds zijn sociale structuren ook door mensen gecreëerd en te veranderen door hun handelen. Ook onderzoek is zo’n tweerichtingsverkeer, waar een wederkerig leerproces plaatsvindt tussen de onderzoeker en de onderzochten. [14] Wildemeersch heeft het over sociaal leren dat o.a. kritisch refl exief is, nl het stelt de achtergronden en uitganspunten van vertrouwde probleemdefi nities ter discussie. [15]

  1. Definitie van Boog in: Migchelbrink, F. (2007). Actieonderzoek voor professionals in zorg en welzijn. Amsterdam: Uitgeverij SWP. p.41.
  2. Wester, F., Smaling, A., Mulder, L. (red). (2000). Praktijkgericht kwalitatief onderzoek. Bussum: Uitgeverij Coutinho. p.140
  3. Tilanus, C.P.G.. (1997). Onderzoeksmethoden bij agogisch handelen. Utrecht: Uitgeverij SWP. p. 82.
  4. Platteel, T., Hulshof, H., Ponte, P., Van Driel, J.H., Verloop, N. (2010). Forming a collaborative action research partnership. Educational Action Research, 18(4), p. 429-453.
  5. Ponte, P. (2002). How teachers become action researchers and how teacher educators become their facilitators. Educational Action Research, 10(3), 399-422.
  6. Ponte, P. (2007) Onderwijs van eigen makelij, Uitgeverij Nelissen, Soest.
  7. Tilanus, C.P.G.. (1997). Onderzoeksmethoden bij agogisch handelen. Utrecht: Uitgeverij SWP. p. 85.
  8. Boog, B. (2002). Handelingsonderzoek: een update. In: Sociale Interventie, 4, p. 29.
  9. Boog, B. (2002). Handelingsonderzoek: een update. In: Sociale Interventie, 4, p. 28.
  10. Naar Giddens en Habermas.
  11. Boog, B., Coenen, H., Follen, J., Keune, L. (1993). De actualiteit van handelingsonderzoek. Tilburg: Tilburg University Press. p. 13.
  12. Vandenabeele, J., Wildemeersch, D. (1997). Sociaal leren met het oog op maatschappelijke verantwoording: het debat over landbouw, milieu en natuur. In: Pedagogisch tijdschrift. Themanummer sociaal leren, 22 (1/2). p.12.
  13. Tilanus, C.P.G.. (1997). Onderzoeksmethoden bij agogisch handelen. Utrecht: Uitgeverij SWP. p. 92.
  14. Boog, B., Coenen, H., Follen, J., Keune, L. (1993). De actualiteit van handelingsonderzoek. Tilburg: Tilburg University Press. p. 10.
  15. Vandenabeele, J., Wildemeersch, D. (1997). Sociaal leren met het oog op maatschappelijke verantwoording: het debat over landbouw, milieu en natuur. In: Pedagogisch tijdschrift. Themanummer sociaal leren, 22 (1/2). p. 40.