SEARCH
TOOLBOX
LANGUAGES
Authentieke onderzoekende houding

Authentieke onderzoekende houding

Uit Participatiewiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Deze bijdrage is een uitbreiding op de bijdrage over Vragen stellen als kerncompetentie in participatieprocessen.


Wanneer je op een vragende manier werkt, heeft dat invloed op je positie tegenover de groepsleden. Over de gelijke positie kunnen we dromen. De gelijkwaardige positie kunnen we nastreven. Slechts “nastreven”, want zelfs wanneer je vragen stelt, werk je de ongelijkwaardige positie soms ook in de hand (Dillon [1]). Door een vraag te stellen, stuur jij het gesprek en plaats jij de groepsleden in de rol van beantwoorders van jouw vragen. Wanneer je doorvraagt, zeg je tussen de regels door dat jij het antwoord op een of andere manier nog niet toereikend vindt. En wanneer je vervolgens stopt met vragen stellen, doe je dat eveneens op grond van een interne beoordeling: in termen van "oké, we kunnen verder". Vragen stellen, is op zich dus niet voldoende om meer gelijkwaardige positie te realiseren. Veel vragen zijn bovendien geen echte vragen. In onderwijssituaties vragen leerkrachten in het begin van een les wel eens: "Zijn jullie klaar met praten?". Eigenlijk bedoelen die leerkrachten meestal: "Zwijg!".

Ook kun je doen alsof je geïnteresseerd bent in de antwoorden van de groepsleden of kun je écht geïnteresseerd zijn in de antwoorden van de groepsleden. Omdat mensen fijngevoelig zijn voor dit soort dingen, verdient de échte interesse de voorkeur. De gelijkwaardige positie bereik je makkelijker als je vertrekt vanuit een houding van "ik weet het ook niet precies, laten we het samen eens onderzoeken". Want wanneer je een vraag stelt terwijl je het antwoord al in je hoofd hebt, merken de groepsleden dat. Ze krijgen dan het gevoel dat je zelf niet meestapt in het onderzoek of dat je een trucje toepast om hun betrokkenheid te vergroten. Wanneer je een vraag stelt, ga je dus best eerst even na of je het antwoord zelf kunt geven. En als je het antwoord inderdaad zelf kunt geven, kun je je afvragen of je de bijbehorende vraag niet beter gewoon achterwege laat.

De niet-wetende opstelling maakt van jou ook een mens van vlees en bloed. Niet onbelangrijk, want als begeleider heb je een modelfunctie. Maar wanneer het model te ver af staat van de groepsleden, wordt dit model onbereikbaar en raken groepsleden gefrustreerd: "Ik zal dat nooit kunnen" of "Ik zal dat nooit begrijpen". En zulke frustraties ondermijn je door de ik-weet-het-ook-niet-precies-houding. Verder uit een authentieke onderzoekende houding zich in het feit dat je je niet beperkt tot één vraag, maar telkens werkt met vragenreeksen.

Bronnen

Dit artikel is mee gebaseerd op de expertise opgebouwd in de trainingen 'Vragend werken met groepen' van Stichting Lodewijk de Raet. Voor meer informatie over deze trainingen mag u al altijd contact opnemen. Dat kan via info@de-raet.be.

Verder verwijzen we ook nog graag naar de volgende referentie: 

  1. Dillon, J.T. (1988). Questioning and teaching. A manual of practise. London: Croom Helm.