SEARCH
TOOLBOX
LANGUAGES
Consensusconferentie

Consensusconferentie

Uit Participatiewiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Tekst overgenomen uit: Loyens, K. & Van de Walle, S. (2006). Methoden en technieken van burgerparticipatie. Leuven: Instituut voor de overheid -- te vinden op de website van het Instituut voor de overheid (geraadpleegd op 1/4/2011).


Inhoud

Participatieniveau = adviseren + meebeslissen

Omschrijving

Een consensusconferentie is een van oorsprong Deens instrument waarin een beperkt aantal burgers in een periode van enkele dagen (3 à 4) deel uitmaakt van een ‘lekenpanel’, om op basis van de nodige informatie en na onderling debat een advies uit te brengen – waarover consensus bestaat – betreffende een concreet en bij voorkeur complex beleidsprobleem. Het belangrijkste doel van een consensusconferentie is het bevorderen van de legitimiteit van beleid door goed geïnformeerde leken een beleidsadvies te laten opstellen vanuit het perspectief van burgers. De methode bestaat uit vijf verschillende stappen. In de voorbereidingsfase krijgen de deelnemende burgers een korte training of is er een voorbereidende bijeenkomst waarin uitleg wordt gegeven over de opzet van het initiatief en wat er precies van hen verwacht wordt. Daarna worden de deelnemers inhoudelijk geïnformeerd over de beleidskwestie via een informatiepakket. Ze krijgen bovendien de kans om professionals, politici, deskundigen en belanghebbenden te raadplegen. In deze fase mogen de deelnemers vrij bepalen welke informatie zij nodig hebben. Soms wijst men zelfs een budget toe aan de deelnemende burgers zodat ze zelf deskundigen kunnen uitnodigen. Deze tweede stap van het proces is openbaar en gebeurt bij voorkeur in aanwezigheid van de pers en geïnteresseerde burgers. Bij de deliberatie discussiëren de participanten met elkaar. Er kunnen dan verschillende visies en ervaringen aan bod komen, zodat men tot diverse oplossingen komt. De deelnemers moeten echter consensus bereiken, omdat enkel die adviezen en suggesties waarmee iedereen akkoord is worden opgenomen als beleidsaanbeveling. Ondersteund door professionele tekstschrijvers stelt de deelnemersgroep vervolgens een rapport op dat aan de betrokken beleidsvoerders wordt aangeboden. In een vijfde en laatste fase gebeurt een terugkoppeling. De politieke bestuurders geven feedback aan de deelnemers (en de brede samenleving) over wat er met de adviezen en suggesties in de praktijk gedaan is en waarom. De terugkoppeling kan in een aparte bijeenkomst of schriftelijk.

Sterke punten

  • Het is een goed instrument om het draagvlak voor overheids-/organisatiebeleid te verhogen.
  • Men geeft aan leken de kans om beter geïnformeerd te worden over beleidskwesties.
  • Men kan bij de besluitvorming rekening houden met een diversiteit aan perspectieven.
  • De kloof tussen experts en leken kan verkleind worden.
  • Deze techniek kan leiden tot nieuwe en creatieve oplossingen.
  • Een consensusconferentie biedt de mogelijkheid om het debat over bepaalde beleidskwesties te verbreden.

Zwakke punten

  • Dit instrument vereist intensieve voorbereiding en begeleiding, waardoor de kosten kunnen oplopen (bv. als deelnemers experts kunnen uitnodigen).
  • Het is niet eenvoudig om een evenwichtig samengestelde deelnemersgroep te bekomen waarin zoveel mogelijk verschillende perspectieven en opvattingen aan bod komen.
  • De resultaten zijn niet representatief voor de bevolking, hoewel men er op moet toezien dat de deelnemersgroep zo gevarieerd mogelijk wordt samengesteld.
  • Bij gebrek aan vaardigheden van de deelnemers of de nodige begeleiding levert het instrument een eindresultaat van minder goede kwaliteit op.

Tips bij gebruik

  • Men organiseert een consensusconferentie best gedurende twee of drie opeenvolgende weekenden, zodat de deelnemers ook tussen de sessies door nog informatie kunnen vergaren of voorstellen formuleren. Dit verhoogt echter de intensiteit van de participatie en bemoeilijkt de praktische uitvoering ervan.
  • Het thema is bij voorkeur relatief nieuw voor de deelnemers. Het is geen goed idee om dit instrument te gebruiken voor beleidsproblemen die door maatschappelijk debat al volledig ‘uitgekauwd’ zijn.
  • Het is belangrijk dat de informatie niet te gespecialiseerd is en voldoende toegankelijk voor leken.
  • Deze techniek kan het best gebruikt worden bij controversiële, complexe of technische beleidskwesties.
  • De deelnemersgroep bestaat bij voorkeur uit een heel divers publiek. Op die manier kan men vertrekken van uiteenlopende perspectieven en opvattingen, zodat zoveel mogelijk belangen worden meegenomen bij de adviezen.
  • De deelnemers moeten bereid zijn te luisteren naar de ideeën van anderen zonder zich krampachtig vast te houden aan hun eigen opvattingen. Bovendien is het belangrijk dat men zich engageert om het eigen standpunt te verhelderen en indien nodig te staven met steekhoudende argumenten.
  • De moderator is een getrainde facilitator. Hij/zij beschikt over de nodige vaardigheden en heeft de bevoegdheid om een neutrale positie in te nemen. Idealiter heeft hij/zij zich een groot aantal gedragingen en noodzakelijke attitudes eigen gemaakt, te vatten onder de noemer 'Inspirerend faciliteren van participatie'.
  • Sowieso nuttig is het om ook rekening te houden met de meer generieke aandachtspunten die voor de meeste participatiemethoden gelden.

Bereik

De deelnemersgroep bestaat uit een kleine groep gewone burgers. Door publiciteit kan het bredere publiek ook enigszins betrokken worden bij het gebeuren, wat een gunstige invloed heeft op het draagvlak voor de genomen beslissingen.

Kostprijs

De kostprijs kan hoog oplopen door de intensieve voorbereiding, de rekrutering van participanten en het uitnodigen van experts. Omdat het evenement enkele dagen in beslag neemt, is er ook een aanzienlijk budget nodig voor de opzet en organisatie. Men moet dus steeds de afweging maken of de voordelen opwegen tegen de vrij hogeKostprijs.