Dialogeren
Uit Participatiewiki
Inhoud |
Van discussie naar dialoog
Waarom dialogeren?
Specialisatie en fragmentatie in organisaties en onze samenleving creëren subculturen die hun eigen identiteit hebben, hun eigen taal spreken en hun eigen referentiekader hebben. Onze dominante manier van interageren lijkt niet voldoende om met die verschillen om te gaan. We willen bijvoorbeeld beleefd zijn en tonen daarom het achterste van onze tong niet. Of we verkondigen ronduit onze mening en proberen kost wat kost ons gezicht niet te verliezen van zodra we tegenwind krijgen. We luisteren dan niet, gaan in de aanval of in de verdediging. Of we worden overdonderd door de manier waarop iemand anders uitpakt met zijn boodschap, waardoor we de onze niet goed meer verwoord krijgen. Of we praten langs elkaar door zonder naar mekaar te luisteren en verkrijgen dan twee simultane monologen. Dit zijn enkele uitvergrotingen van hoe het potentieel in conversaties niet ten volle wordt benut. Dialoog boort dit potentieel wel aan.
Discussie als interactie vanuit een strijdmodel
Het moderne geloof in de universele rede vertrekt vanuit de veronderstelling dat we allen éénzelfde “taal” kunnen spreken en die taal wordt rationaliteit genoemd. Het is vanuit die rationaliteit dat ons streven naar de ultieme consensus zinvol wordt. Het geloof in de rationaliteit rechtvaardigt ons streven naar een gemeenschappelijk platform – die ene wereldgemeenschap waarin elk van ons een plaats kan vinden. Maar door deze ideeën voor waar aan te nemen, worden we genoodzaakt de rede tegenover de redeloosheid te plaatsen, en zin tegenover onzin, en logica tegenover inconsistentie. Deze tweedelingen maken dat we (telkens weer) belanden in een interactiemodel waarin de strijd een belangrijk onderdeel vormt . We discussiëren en debatteren, omdat we denken dat de rede aan onze kant staat. En we geloven dat het argument de rationaliteit in de andere kan doen ontwaken.
Binnen deze strijdende interactie trekken we echter een schijnwereld op. Soms zitten we in een schijngevecht waarin we naast elkaar praten en onze ideeën etaleren. Soms lijken we erin te slagen om in het gevecht het andere idee te doden. De overwinnaar kan even bepalen welke betekenis mag overheersen en schuift voldaan een plaatsje dichter bij de warme haard van de waarheid. Maar omdat verdrukking en verzet samengaan, leeft het andere standpunt in stilte verder: de andere ondergaat mogelijk slaafs, maar smeedt gefrustreerd rancuneuze plannen. Welke tegenzet zou mijn tegenstander de mond zou hebben gesnoerd? En welke kan dit vooralsnog doen?
Door machtsspelletjes zoals deze geraken mensen verstrikt in hun eigen ideeënweb. De strijd houdt een geslotenheid in, waarbinnen mensen stagneren en persevereren. We strijden met datgene wat er reeds is (onze ideeën) voor “wat het geval is” (de waarheid). Zo worden ideeën goden, en woorden profeten. Mensen bekeren telkens weer zichzelf – en soms al eens een ander.
Ik denk dat bovenstaande analyse erg herkenbaar is. We komen dergelijke loopgravenoorlogen elke dag tegen op ons werk, in het gezin, op televisie tussen de journalist en de politicus, tussen de sceptische wetenschapper en de paragnost. Mensen lijken in de illusie te leven dat ze met woorden zondermeer eenzijdig het denken van anderen kunnen beïnvloeden, terwijl ze hiermee hooguit de twijfelende derde over de streep trekken. De vrijdenker gelooft misschien zelf dat hij in dialoog wil treden met de gelovige, en omgekeerd. Het lijkt alsof we besmet zijn met ideeën die zich gedragen als virussen die zich willen verspreiden via andere virusdragers. Het onderliggende verlangen is er een van eenzijdige beïnvloeding en “aantasting”. Verontwaardigd stellen we vervolgens vast dat die andere dan onaantastbaar blijkt. Verontwaardigd, omdat we blind zijn voor onze eigen onaantastbaarheid.
Dialoog als interactie vanuit een ontwikkelingsmodel
In tegenstelling tot de discussie gebaseerd op een strijdmodel, is de dialoog geïnspireerd vanuit een ontwikkelingsmodel. Toen ik voor het eerst met dit concept van “dialoog” kennismaakte, kon ik dat het best begrijpen vanuit ervaringen die ik soms heb als ik in een goed, doorgaans filosofisch gesprek verzeild geraak met vrienden. Ik herken dialoogmomenten in conversaties waaraan ik deelneem. Dat zijn intense piekmomenten van gezamenlijk leren waarin ideeën elkaar kruisbestuiven en we samen “vleugels krijgen” en boven onszelf uitstijgen. Het “knettert” dan tussen anderen en mezelf. We hebben dan de ene Aha-beleving na de andere – soms samen, soms individueel. De dialoogmomenten zorgen ervoor dat we op een diepgaande manier omgaan met elkaars ideeën en zo nieuwe ideeën tot ontwikkeling laten komen. Uitnodigend en ongedwongen.
In de dialoog brengen we dus een ontmoeting tussen denkbeelden tot stand. De diepgang ervan komt daarom voor alle duidelijkheid niet in de eerste plaats voort uit waardering, confrontatie of zelfontboezeming, waar we onszelf of de andere als persoon centraal stellen. Dialoog grijpt in op concepten, (veronder)stellingen, impliciete en expliciete theorieën waarmee mensen naar de wereld kijken en haar vorm geven.
Als we samen tot een dialoog komen, dan benaderen we elkaars woorden als metaforen. Door de open uitwisseling van beelden kunnen we onze eigen inzichten aanvullen, bijschaven of transformeren. Metaforen kunnen niets bewijzen. Ze willen niet overtuigen. Ze nodigen de andere uit om op een andere manier naar iets te kijken. Metaforen kunnen niet dienen als argumentatie, want ze zijn steeds begrensd: je kan ze niet verder doortrekken dan ze zijn bedoeld. Metaforen brengen aan de hand van vergelijkingspunten slechts betekenisaccenten aan .
De dialoog is in zeker zin een soort artistieke interactie, waarin uitspraken tegelijkertijd intrigeren en inspireren. Woorden laten zich momentaan in beslag nemen, en nodigen daarna uit tot verder denken. De betekenis van woorden ligt niet vast, maar wordt door degene die luistert, mee opgebouwd . Deze voortdurende verschuiving in betekenis brengt een vruchtbare dynamiek tot stand waarin nieuwe ideeën worden gegenereerd en geëxploreerd.
De dialoog is niet consensusge¬dreven. De dialoog brengt niet in de eerste plaats convergentie tot stand, maar wel de verrijking van elkaars denkbeelden. Hierdoor kunnen we het verschil tussen mensen laten bestaan. Als mensen met een diverse achtergrond samenkomen, vindt er een ontmoeting plaats tussen meerdere zienswijzen en meerdere achterliggende logica’s. In dialoog komt het erop aan dit verschil tussen mensen te valoriseren vanuit gelijkheidwaardigheid, respect, openheid en interesse . Gemeenschappelijkheid komt tot stand, maar niet omdat het wordt beoogd. Ze is een welgekomen en onverwachte gast die ons toelaat om verbinding met anderen te maken.
De dialoog helpt ons om nieuwe ideeën te ontwikken en creatieve, vernieuwende paden te verkennen. Ze helpt ons om te leven met ideeën – eerder dan door ideeën te worden geleefd. Door in de dialoog RUIMTE toe te laten en te benutten, brengen we terug meer kwaliteit in de manier waarop we met onze eigen ideeën omgaan èn in de manier waarop we ideeën in relatie brengen met die van anderen.
Hoe kan je in conversaties dialoogmomenten laten ontstaan?
Dialoog is iets waar je invalt. Je kan het ontstaan ervan niet garanderen of afdwingen. Ziehier enkele voorwaarden die de kans vergroten dat dialoog tot stand komt:
(1) er is tijd en een plek van afzondering en rust;
(2) mensen voelen zich op hun gemak bij elkaar: er is geen storende machtsafstand, geen spanning of conflict, geen onverschilligheid;
(3) de deelnemers zijn bereid om aandacht te hebben voor wat er gebeurt in hun denken, elkaars spreken en samen-zijn; ze zijn bereid om hun eigen oordeel te onderzoeken en/of op te schorten;
(4) de intentie is om te leren, niet om een consensus te bereiken; ideeën zijn zoals vogels die in eenzelfde grote kooi rondvliegen;
(5) deelnemers voelen zich vrij om te zwijgen en te spreken, en nemen elk hun verantwoordelijk op voor het verloop van het proces; en
(6) de meeste mensen herkennen wat dialoogmomenten zijn en daarom kan je starten met een vraag dergelijke ervaringen in herinnering te brengen en te delen met de anderen, en van daaruit samen te verkennen wat dialoog mogelijk maakt;
(7) de begeleider staat model: hij/zij oordeelt niet, erkent verschillen en nodigt uit om die onderliggende verschillen te verkennen.
Kortom…
Het doel van de dialoog staat voor het samen genereren van nieuwe manieren om dingen te begrijpen. En dit door contact te maken met onderliggende assumpties bij anderen en bij jezelf. Zonder het expliciet te betrachten, ontstaat er zo vaak een gemeenschappelijk draagvlak, want naast de verschillen zien mensen ook makkelijker raakvlakken, het gedeelde.
Dialoog staat voor een manier van interageren waarin mensen van mening (willen, mogen, kunnen) verschillen en die uiten, èn waarbij de relatie tussen betrokkenen en hun eigenwaarde niet onder vuur komen te liggen. (De focus ligt in de dialoog op ideeën en gedachten en niet zozeer op onderlinge relaties.) Onderstaande tabel maakt het verschil tussen discussiëren en dialogeren verder duidelijk.
| discussiëren | dialogeren |
|
poneren repliceren verdedigen en aanvallen snelheid positionering en bevestiging oordelen resultaat willen bereiken |
antwoorden luisteren bevragen onderzoeken en aftoetsen vertraging verschuiving en exploratie oordelen opschorten loslaten van resultaat willen bereiken |
Literatuurlijst
Anderson, H. (1997). Conversation, Language, and Possibilities. A Postmodern Approach to Therapy. Basic Books.
Bakhtin, M.M. (1981). The Dialogic Imagination: Four Essays by M.M. Bakhtin. M. Holquist (Ed.), C. Emerson & M. Holquist (Trans.). University of Texas Press.
Bohm, D. (1980). Wholeness and the Implicate Order. London: Routledge.
Bohm, D. (1989/1996). On Dialogue. London: Routledge.
Bouwen, R. & Steyaert, Ch. (1999). From dominant frames towards multi-voiced cooperation: mediating metaphors for global change. In D. Cooperrider & J. Dutton (Eds.), No Limits to Cooperation. Jossey Bass.
Cuvelier, F. (1998). Omgaan met zichzelf en met elkaar. Garant.
Dawkins, R. (1991). The Selfish Gene. Oxford University Press.
De Weerdt S. (1999). Dialoging. Exploring the dialectics. Emergence. A Journal of Complexity Issues in Organizations and Management. 3, 1, 64-70.
Isaacs, W. N. (1993). Taking Flight: Dialogue, Collec¬tive Thin¬king, and Organizational Learning. Organizational Dynamics, 22, 24-39.
Isaacs, W. N. (1999). Dialogue and the Art of Thinking Together. A Pioneering Approach to Communication in Business and in Life. Currency.
Lakoff, G. & Johnson, M. (1980). Metaphors We Live By. The University of Chicago Press.
Kahn, M. (1997). De Tao van het gesprek. De kunst van het luisteren. [The Tao of Conversation.] 's Gravenhage: Uitgeverij BZZTôH.
Nagel, K.G. (1997). Het TAO van onderwijs. [The Tao of Teaching.] Naarden: Element Schein, E. (1969). Process Consultation: Its Role in Organization Development. Addison-Wesley.
Senge, P. (1990). The Fifth Discipline. The Art and Practice of The Learning Organization. Doubleday.
Zeldin, Th. (1999). Conversatie. Hoe gesprekken je leven kunnen veranderen. Uitgeverij Nieuwezijds.
Brontekst
De Weerdt S. (2007). Leven in Kwaliteit. Een verhaal over persoonlijke en transpersoonlijke ontwikkeling. Syllabus Relatie- en communicatiewetenschappen. UHasselt.