SEARCH
TOOLBOX
LANGUAGES
Digitaal debat

Digitaal debat

Uit Participatiewiki

Ga naar: navigatie, zoeken

Tekst overgenomen uit: Loyens, K. & Van de Walle, S. (2006). Methoden en technieken van burgerparticipatie. Leuven: Instituut voor de overheid -- te vinden op de website van het Instituut voor de overheid (geraadpleegd op 1/4/2011).


Inhoud

Participatieniveau = informeren + consulteren

Omschrijving

In een digitaal debat kan de overheid/organisatie uitgebreid in discussie treden met burgers/medewerkers, deskundigen, maatschappelijke organisaties en andere overheden over talloze aspecten van een bepaald beleidsprobleem. Dit gebeurt door het uitwisselen van getypte bijdragen via internet. Op deze manier wordt het debat breder, kan een onderwerp uitgediept worden en kan men nieuwe ideeën genereren. Het doel van internetdebatten is zoveel mogelijk mensen de kans te geven om hun mening te geven – onafhankelijk van tijd en plaats – en een meer evenwichtig standpunt in te nemen ten aanzien van een bepaald beleidsonderwerp. Hoe dit precies gebeurt, kan variëren. Men kan bijvoorbeeld uitgaan van een aantal stellingen, vragen, losse thema\’s, concrete beleidsvoorstellen, enz. Deelnemers hebben ook de kans om te reageren op een bijdrage van iemand anders of zelf een nieuwe deeldiscussie te starten. Digitale debatten kunnen gesloten zijn, in die zin dat de deelnemers worden uitgenodigd en alleen toegang krijgen tot een debat met een depersonaliseerde code. Natuurlijk kunnen ze ook open zijn. Dan doen de deelnemers anoniem mee, waardoor moeilijk is na te gaan of ze serieus hun mening geven. Bovendien bestaat dan het risico dat bepaalde personen enkel deelnemen om de discussie bewust te polariseren. Aan de andere kant kan anonimiteit juist een voordeel zijn bij debatten over gevoelige thema\’s, waarrond veel taboes heersen. Als de overheid/organisatie initiatiefnemer is, moet ze eerst duidelijk maken waarom zij dit internetdebat organiseert, wat de bedoeling is en wat zij met de eventuele resultaten of conclusies gaat doen. Ervaringen in het verleden hebben geleerd dat internetdebatten hooguit in combinatie met andere instrumenten enig nuttig effect kunnen hebben. Burgers/medewerker hebben er in het algemeen immers weinig vertrouwen in dat er wat met hun inbreng zal gebeuren. Het aantal deelnemers en de kwaliteit van hun inbreng stellen dan ook vaak teleur.

Sterke punten

  • De discussie is niet gebonden aan tijd of plaats.
  • De snelheid van de responsmogelijkheden is in bepaalde gevallen een duidelijk voordeel.
  • Een digitaal debat heeft een hoog potentieel bereik, omdat het de mogelijkheid biedt om een groot aantal individuele personen te laten deelnemen.
  • Het is mogelijk om op een snelle manier een grote variëteit aan reacties te verzamelen.
  • Het instrument kan vooral een dienst bewijzen bij meer gecompliceerde onderwerpen, omdat een digitaal debat ook de mogelijkheid biedt om aan deelnemers informatie over het beleidsonderwerp te verstrekken en omdat de deelnemers tijdens het debat bijkomende informatie kunnen opzoeken.

Zwakke punten

  • De antwoorden zijn meestal niet representatief voor de totale bevolking, omdat niet iedereen toegang heeft tot het internet. Daarom is dit digitaal instrument bij voorkeur slechts een onderdeel van een bredere mediamix (online en offline).
  • Burgers/medewerker die onvoldoende kennis hebben van internet en niet beschikken over de nodige vaardigheden om bijdragen in te typen worden uitgesloten van participatie.
  • Het lezen van getypte bijdragen op internet spreekt niet alle burgers/medewerker aan. Zelfs mensen die wel (eens) internet en e-mail gebruiken, zullen niet makkelijk aan een internetdebat meedoen. Mogelijke redenen hiervoor zijn het feit dat er nog onwennigheid is om deel te nemen aan een digitaal debat of het ontbreken van een ’leescultuur’ bij bepaalde groepen in de samenleving.
  • De motivatie om deel te nemen ontbreekt vaak, omdat men er niet op vertrouwt dat de overheid/organisatie de resultaten in rekening zal brengen bij de besluitvorming.
  • Het risico bestaat dat sommigen de discussie bewust polariseren.

Tips bij gebruik

  • Het is aangeraden om een onafhankelijke moderator te voorzien om de kwaliteit en relevantie van de bijdragen op te volgen. De bijdragen gaan dan eerst naar de moderator die deze vervolgens op de publieke site plaatst.
  • De overheid/organisatie kan ook een rol krijgen in het digitale debat. Ze kunnen vanuit hun politiek programma of hun ambtelijke deskundigheid informatie geven of in discussie treden met de burger/medewerker . Hierover moeten van te voren wel de nodige afspraken gemaakt worden om te voorkomen dat het debat ontaardt in een verbaal gevecht tussen politiek, bestuur en boze burgers.
  • Het is belangrijk om de bijdragen op een overzichtelijke wijze weer te geven op de webpagina. Dit kan bijvoorbeeld door een onderverdeling in thematische titels en een aantrekkelijke lay-out.
  • Voor een zo groot mogelijke kans op succes is veel publiciteit en ondersteuning van relevante organisaties en instellingen nodig (bv. link naar debatsite op de website van verschillende organisaties).
  • Zorg ervoor dat de technische systeemvereisten voor de deelnemers niet te hoog zijn, zodat zo weinig mogelijk personen worden uitgesloten van participatie.
  • Sowieso nuttig is het om ook rekening te houden met de meer generieke aandachtspunten die voor de meeste participatiemethoden gelden.

Bereik

Groot potentieel bereik van gewone burgers, vertegenwoordigers van belangengroepen of maatschappelijke organisaties, deskundigen en andere belanghebbenden.

Kostprijs

De kostprijs is relatief laag en bestaat voornamelijk uit het technisch ontwikkelen en onderhouden van een discussiepagina en daarnaast eventueel een financiële bijdrage voor de moderator. Er is echter ook budget en tijd nodig voor de analyse van de reacties indien deze in overweging worden genomen bij de besluitvorming.