SEARCH
TOOLBOX
LANGUAGES
Doorvragen

Doorvragen

Uit Participatiewiki

Ga naar: navigatie, zoeken


Deze bijdrage is een uitbreiding op de bijdrage over
Vragen stellen als kerncompetentie in participatieprocessen.

Eén vraag kan wel leiden tot inzicht, maar meestal heb je meerdere vragen nodig om te komen tot een dieper inzicht, tot een ander inzicht of tot een beter inzicht. Als je andere of betere meningen wilt ontdekken, richt je je best tot meerdere groepsleden. Eén persoon kan één mening inbrengen, maar je hebt meerdere personen nodig om andere of betere meningen te ontdekken. Je kunt op verschillende manieren omgaan met het antwoord op een vraag. Ik noem slechts tien mogelijkheden, maar er zijn er uiteraard veel meer.

  • Je kunt niets doen met het antwoord en zondermeer een ander thema aansnijden.
  • Je kunt het antwoord bevestigen en een ander thema aansnijden. Wat iets vriendelijker is dan de vorige optie, maar verder op hetzelfde neerkomt.
Bijvoorbeeld: "Ja, dat klopt"
  • Je kunt het antwoord bevestigen en zelf voortborduren op het antwoord.
Bijvoorbeeld: "Ja, dat klopt en je kunt het ook op andere manieren bekijken: …"
  • Je kunt een gesprek op gang brengen over de vraag.
Bijvoorbeeld door aan een ander groepslid te vragen: "Op welke manier denk jij erover?"
  • Je kunt een gesprek op gang brengen over een antwoord.
Bijvoobeeld door aan een ander groepslid te vragen: "Wat denk je over het antwoord van …?"
  • Je kunt doorvragen om de informatie te verdiepen of te verbreden.
Bijvoorbeeld:
begeleider: "Wat zorgt voor een moeilijke samenwerking?"
groepslid: "Die collega die altijd roddelt"
begeleider: "Roddelt je collega echt altijd?"
groepslid: "Neen, maar toch heel vaak."
begeleider: "Wat bedoel je precies met "roddelen"?"
begeleider: "Wanneer roddelt jouw collega vooral?"
  • Je kunt doorvragen op de vooronderstellingen die in het antwoord vervat zitten
Bijvoorbeeld:
begeleider: "Wat zorgt voor een moeilijke samenwerking?"
groepslid: "Die collega die altijd roddelt"
begeleider: "Op welke manier draagt roddelen bij tot een moeilijke samenwerking?"
  • Je kunt doorvragen op de vooronderstellingen die in het antwoord van ander groepslid vervat zitten
Bijvoorbeeld:
begeleider: "Wat zorgt voor een moeilijke samenwerking?"
groepslid x: "Die collega die altijd roddelt"
begeleider aan de andere groepsleden: "Op welke manier draagt roddelen bij tot een moeilijke samenwerking?"
  • Je kunt transfervragen stellen.
Bijvoorbeeld:
begeleider: "Hoe reageer je wanneer iemand bij jou komt roddelen?"
groepslid: "Ik luister gewoon en ga meestal niet meepraten."
begeleider: "Hoezo, "meestal"?"
groepslid: "Ja, soms stap ik tegen beter weten in gewoon mee in de achterklap"
begeleider: "Daarnet vertelde je dat je meestal gewoon luistert. Hoe kun je "gewoon luisteren", ook toepassen in situaties waarin je geneigd bent om wel mee te praten?"
  • Je kunt hypothesen van groepsleden op het spoor komen.
Bijvoorbeeld:
groepslid: "Ja, soms stap ik tegen beter weten in gewoon mee in de achterklap"
begeleider: "Wat zou er gebeuren als je ook in die situaties gewoon luistert?"

Korte oefening... In welk van de bovenstaande mogelijkheden ervaar jij de onderzoekende houding van de begeleider? Welke kracht gaat er uit van de verschillende reacties van de begeleider? Beantwoord voor jezelf even die twee vragen…

Natuurlijk is het meestal niet mogelijk om vooraf een gepaste vragenreeks op te stellen. Vragend werken in groepen gaat altijd gepaard met een vorm van improvisatie (Wolf [1]). En ook voor improvisatiekunstenaars geldt: hoe meer je oefent hoe gemakkelijker het gaat.

Bronnen

Dit artikel is mee gebaseerd op de expertise opgebouwd in de trainingen 'Vragend werken met groepen' van Stichting Lodewijk de Raet. Voor meer informatie over deze trainingen mag u al altijd contact opnemen. Dat kan via info@de-raet.be.

Verder verwijzen we ook nog graag naar de volgende referenties

  1. Wolf, D. P. (1987). The art of questioning. Academic Connections. Winter 1987, p. 1-7.