Geschreven informatie
Uit Participatiewiki
Tekst overgenomen uit: Loyens, K. & Van de Walle, S. (2006). Methoden en technieken van burgerparticipatie. Leuven: Instituut voor de overheid -- te vinden op de website van het Instituut voor de overheid (geraadpleegd op 1/4/2011).
Inhoud |
Participatieniveau = informeren
Omschrijving
Via geschreven informatie kan men de burger/medewerker informeren over het gevoerde beleid of de inhoud van nieuwe voorstellen presenteren. Dit kan in verschillende vormen, zoals een gedetailleerd beleidsplan, handboek, brochure, folder, nieuwsbrief, affiche, persoonlijke brief en persartikel. Belangrijk is om inhoud, taalgebruik, detailniveau, lay-out, verspreidingswijze en grafische vormgeving telkens af te stemmen op de doelgroep die men wil bereiken. Ga er dus niet van uit dat één geschreven informatiebron geschikt is voor alle burgers/medewerker in de samenleving. Wil men bijvoorbeeld personen met minder behartigde belangen (MBB) bereiken met schriftelijke informatie dan moeten enkele randvoorwaarden vervuld zijn:
- Eenvoudig en begrijpelijk taalgebruik met korte actieve zinnen
- Aanknopingspunten met de eigen omgeving van de doelgroep
- Verwijzing naar het (onmiddellijke) voordeel of nut van de informatie (kosten-batenanalyse)
- Opletten met info-overload
- Geen vakjargon
- Ondubbelzinnige en niet-abstracte informatie
- Overzichtelijke lay-out
- Concrete \’to-the-point\’ informatie die relevant is voor hun hier-en-nu-problemen
- Geschreven vanuit de bril van de gebruiker
- Geen overbodige randinformatie ("schrijven is schrappen")
- Opvallende titels
- Geschikte vindplaats van de informatie (bv. via verenigingen of welzijnsorganisaties)
- Vertrouwenwekkend karakter
- Zo persoonlijk mogelijk (bv. face-to-face, SMS of gepersonaliseerde brief)
- Gratis (of goedkoop) opvraagbare informatie
- Positieve verwoording van de boodschap (bv. "Nu kom ik rond" )
Om naar jongeren te communiceren zijn er ook enkele belangrijke aandachtspunten: niet te lange teksten, aandachttrekkende titel bij elk artikel, jongeren zelf aan het woord laten, thema\’s die de doelgroep direct aanbelangen, enz. .
Sterke punten
- Men kan gedetailleerde informatie overbrengen. Wel moet men zorgen voor een goede afstemming van het taalgebruik op de doelgroep.
- De burger/medewerker kan de informatie bijhouden om later (nogmaals) te bekijken of dieper te analyseren.
- Het medium is relatief goedkoop.
- Folders hebben het voordeel dat ze de indruk geven dat je snel relevante informatie kan opdoen. Dit doet de bereidheid tot lezen meestal toenemen.
- Geschreven informatie is een noodzakelijke aanvulling van elektronische informatie op de website die niet voor iedereen toegankelijk is.
Zwakke punten
- Om MBB’s te bereiken moet men bijkomende inspanningen doen, aangezien bij deze doelgroep vaak een ’leescultuur’ ontbreekt.
- Bij folders, brochures en flyers speelt vaak het probleem van de moeilijke vindbaarheid ervan .
- Affiches worden bovendien vaak op plaatsen gehangen waar men niet moet of kan stilzitten of –staan. Geschikte plaatsen hiervoor zijn: wachtzaal, bus(halte), tram, winkelcentrum, rode lichten, bibliotheek, vrijetijdscentrum, postkantoor, enz. Een belangrijk probleem bij affiches is dat er veel ’concurrentie’ is, zodat het moeilijk is om de aandacht van de burger/medewerker te trekken.
- Geschreven informatie is vaak onpersoonlijk, wat vooral bij MBB\’s een probleem kan zijn.
- Veel folders en brochures verdwijnen ongelezen als papierafval.
Tips bij gebruik
- Om de effectiviteit van een schriftelijke informatiecampagne te verhogen kan men volgende basisvragen stellen (Memori - Goubin & Mestian, 2003):
- Welke (sub)doelgroep willen we bereiken?
- Welke hoofdeffecten willen we realiseren?
- Wat is de gewenste verandering die we teweeg willen brengen: kennis–, houdings–, besef– of gedragsverandering?
- Welke boodschap wil de overheid/organisatie meegeven?
- Het is belangrijk om in kaart te brengen welke informatiebehoeften er leven bij de specifieke doelgroep(en) die men wil bereiken. In feite zou er dus bij elke voorlichtings– of informatiecampagne een doelgroepenanalyse gemaakt moeten worden. Op die manier kan men volgens Memori (Goubin & Mestian, 2003) "vermijden dat goed bedoelde communicatieboodschappen verkeerd begrepen worden" .
- Voorzie voldoende tijd en personeel voor het design van geschreven informatiebronnen.
- Vooraleer je overgaat tot de inhoudelijke boodschap, zorg je er best voor eerst de aandacht te trekken. Op die manier wordt de burger/medewerker gemotiveerd om verder te lezen. Aandacht trekken kan vooral door vormelijke aspecten, maar ook door opvallende slogans of titels.
- Een brochure is vooral geschikt bij een publiek met een vrij grote leesbereidheid, dat al enige interesse toonde voor het thema.
- Brochures, folders, nieuwsbrieven zijn meer laagdrempelig dan gedetailleerde beleidsplannen, rapporten of handboeken.
- Affiches zijn vooral geschikt als aandachtstrekker, omdat men er vaak mee geconfronteerd wordt en omdat er meestal opvallende slogans gebruikt worden.
- Indien men zich wil richten tot de allochtone bevolking is een vertaling meestal essentieel.
- Sowieso nuttig is het om ook rekening te houden met de meer generieke aandachtspunten die voor de meeste participatiemethoden gelden.
Bereik
Hoog potentieel bereik, maar de nodige variatie in materaal is nodig om verschillende doelgroepen te kunnen bereiken.
Kostprijs
Relatief goedkoop, maar sterk afhankelijk van de vorm en verspreiding.