SEARCH
TOOLBOX
LANGUAGES
Hedendaags vrijwilligerswerk

Hedendaags vrijwilligerswerk

Uit Participatiewiki

Ga naar: navigatie, zoeken

De samenleving kleurt de manier waarop mensen zich vrijwillig inzetten voor anderen. Hieronder volgen enkele beschouwingen over hoe je het verband tussen de samenleving en de vrijwillige inzet kunt interpreteren.

Inhoud

Andere organisaties kampen met gelijksoortige vragen

Wanneer je mensen uit andere vrijwilligersorganisaties hoort vertellen, krijgen de problemen waar je eigen organisatie eventueel mee kampt een andere betekenis. Het is geruststellend te horen dat anderen met gelijksoortige vragen zitten. Dit kan de eigen problematiek misschien wat relativeren. Soms kom je zelfs tot de conclusies als "Bij ons valt het dan nog wel mee" en "Misschien moeten we het niet zo problematiseren".

Kennis over de veranderende samenleving is belangrijk

Ook kennis over de veranderende samenleving levert een nuancering van de privé-situatie op. Uitleg krijgen en praten over de transformaties in de samenleving zorgt voor een be-grijpen en begrijpen hangt samen met begrip. Begrip helpt ons een niet-beoordelende of – positief uitgedrukt – een open houding aan te nemen, bijvoorbeeld tegenover mensen die door hun sociaal-maatschappelijke situatie minder tijd hebben voor het vrijwilligerswerk.

De veranderende samenleving heeft invloed op de vrijwillige inzet

Het volstaat natuurlijk niet de veranderende samenleving gewoon in kaart te brengen. Want dan ontstaat er een nogal steriele opsomming: flexibiliteit op het werk, ingewikkelder gezinssamenstellingen, het grote vrijetijdsaanbod, een geglobaliseerde wereld, enzovoort. We verkennen dus ook de link tussen deze sociologische elementen en een veranderend engagement. Om één verband te noemen: flexibiliteit op het werk en ingewikkelder gezinssamenstellingen kunnen soms een doorn in het oog zijn van een wekelijks engagement.

Een pessimistische visie op de geïndividualiseerde samenleving brengt ons niet verder

Het individualisme draagt bij tot een geringer engagement voor de medemens. Zelfs al zou deze stelling een objectieve omschrijving van de werkelijkheid zijn, brengt dit 'weten' geen zoden aan de dijk. Het verandert niets aan de situatie. Integendeel, de stelling verleidt ons bij de pakken te blijven zitten.
Daartegenover staat de idee dat het individualisme niet meer is dan een uitwas van een moreel ideaal, met name het authenticiteitideaal (Larock, 1996; Taylor, 1994). Deze gedachte helpt ons om de hedendaagse vrijwilliger, die zich op een authentieke manier inzet, te respecteren zoals hij/zij is. Wat ons verder brengt dan hem of haar te beschuldigen van eigengereidheid of zelfs van egocentrisme.

Vrijwillige inzet is een biografisch project

Vrijwillige inzet wordt niet langer bepaald door het nest waar je uit komt. Wat -karikaturaal gezegd - op het volgende neerkomt: het is niet omdat ouders zich voor een bepaalde caritatieve instelling inzetten, dat hun kinderen dat ook zullen doen.
Mensen nemen hun leven zelf meer in handen en dus ook hun vrijwillige inzet. Hustinx (2001) spreekt over een 'biografisch project'. Vrijwillige inzet sluit meer en meer aan bij de eigen biografie van de vrijwilliger. Als je op je 18-de jeugdleidster bent of op je 36-ste meewerkt in een oudercomité of je later voor je ouders gaat zorgen, heeft dit rechtstreeks te maken met de levensloop. Wanneer je je als penningmeester van een vereniging inzet, houdt dit soms verband met de bezigheden in de beroepscontext. De lijst met motieven waarom iemand zich vandaag de dag als vrijwilliger wenst te engageren is lang (zie beweegredenen vrijwillige inzet). Dat is één van de redenen waarom het vrijwilligerswerk een 'episodisch' karakter krijgt (Hustinx, 2009) en korter van aard wordt.

Vrijwilligersorganisaties dienen hierop in te spelen.

Spreken over de 'hedendaagse' vrijwilliger overstijgt de typologie van de 'klassieke' en de 'nieuwe vrijwilliger'

Een typologie helpt ons om over de werkelijkheid te praten en de werkelijkheid te begrijpen. Wanneer we mensen 'typologeren' ontstaan er evenwel al snel 'typetjes' en daarmee samenhangend stereotypering. Een stereotiep stemt echter nooit overeen met de veel rijkere realiteit. Stereotypering gaat bovendien vaak gepaard met waardeoordelen. Zo zullen de ‘klassieke vrijwilligers’ soms vinden dat zij zich 'beter' engageren dan de ‘nieuwe vrijwilligers’, die "zich enkel nog inzetten als het plezant is". Omgekeerd zullen de zogenaamde klassieke vrijwilligers soms het kenmerk “ouderwets” opgespeld krijgen.
Om de nefaste elementen van deze typologie te omzeilen, volstaat – zoals vaak in moeilijke intermenselijke situaties – een eenvoudige talige oplossing. Het begrip 'hedendaagse vrijwilliger’ brengt minder snel de beschuldigende vinger in beweging dan de (in de vrijwilligerswereld gemeengoed geworden) begrippen 'klassieke' en 'nieuwe vrijwilliger'. Het woord 'hedendaags' heeft meestal een positievere connotatie of is meestal verbonden met een positief waardeoordeel. Hedendaagse vrijwilligers zijn eenvoudigweg vrijwilligers die in het heden leven en zich in het heden vrijwillig inzetten. Deze omschrijving is even adequaat om de problematiek waarmee organisaties vandaag kampen onder woorden te brengen, maar handhaaft wel een positieve ondertoon en vermijdt een soms op de spits gedreven stereotypering.

Hedendaags vrijwilligerswerk

Hedendaags vrijwilligerswerk is het antwoord op de vraag, "Hoe speel je in op de hedendaagse vrijwilliger?”. Twee wetenschappelijk onderbouwde invalshoeken vormen een interessant vertrekpunt om het vrijwilligerswerk in een hedendaags kleedje te steken.
De eerste invalshoek is het FLEXIVOL-letterwoord dat Hustinx (2001) in navolging van een Engels onderzoek beschrijft. Waarbij FLEXIVOL staat voor Flexibel, Legitimiteit, eXperiment, prikkels, Variatie, Organisatie, Lachen.

De tweede invalshoek wordt aangeleverd door een Europees onderzoek over ‘actief burgerschap’. Dit is relevant omdat naast politiek engagement, het vrijwillig engagement één van de ultieme uitingen is van actief burgerschap. De Europese onderzoekers kwamen tot het besluit dat, om actief burgerschap te stimuleren, we met drie factoren rekening moeten houden: Verlangen, Vermogen en Verbondenheid (Stroobants e.a., 2001; zie ook presentatie 'Voorwaarden actief burgerschap'). Verlangen gaat over de uitdaging waarvoor iemand zich aangesproken voelt, aangezet wordt om te handelen en waarvoor die persoon ook verantwoordelijkheid wil opnemen. Verbondenheid heeft betrekking op de concrete relatie met andere mensen, ideeën, bewegingen en organisaties. Vermogen heeft alles te maken met het gevoel greep te hebben op de uitdagingen en met het gevoel een verschil te kunnen maken dankzij de specifieke kennis, vaardigheden en ervaringen waarover men beschikt.

Referenties

  • Hustinx, L. & Lammertyn, F. (2001a). Vrijwilligerswerk tussen vrijheid en onzekerheid. Vrijwilligerswerk voor een eigentijds vrijwilligersbeleid. Hand-outs ter gelegenheid van voordracht op Studievoormiddag Vrijwilligerswerk, Brussel, 16 februari 2001 (organisatie: Ploeg vzw).
  • Hustinx, L., & Lammertyn, F. (2001 b). Vrijwilligerswerk tussen vrijheid en onzekerheid: uitdagingen voor een eigentijds vrijwilligersbeleid. Oikos, (2), 24-42.
  • Hustinx; L. (2009). Vrijwilligerswerk in ontwikkeling.In Politeia (red.), Handboek Werken met Vrijwilligers, Deel A3,'p. 33-52.' 
  • Larock, Y. (1996). Het individu uit het centrum. Vorming in het kielzog van Charles Taylor. Niet-gepubliceerde eindverhandeling. Katholieke Universtiteit Leuven, Centrum voor fundamentele en comparatieve pedagogiek en methodologie.
  • Stroobants, V. , Celis, R., Snick, A., & Wildemeersch, D., e.a. (artikel in voorbereiding). Actief burgerschap: een leerproces. Sociale Interventie 2001, 4 – Themanummer 'Burgerschap'.
  • Taylor, C. (1994). De malaise van de moderniteit. (M. Van der Marel, vert.) Kapellen: Pelckmans.