SEARCH
TOOLBOX
LANGUAGES
Individualisering, sociale integratie en burgerschap

Individualisering, sociale integratie en burgerschap

Uit Participatiewiki

Ga naar: navigatie, zoeken

 

Inhoud

Inleiding 

Individualisering, voor de één een ontwikkeling met negatieve gevolgen voor de samenleving, voor de ander een moderne voorwaarde om tot sociale integratie te komen. Hoe dan ook, individualisering is een vaststaand feit in onze samenleving. We kunnen er dan ook niet om heen kijken.

Individualisering is het proces waarbij elk individu zelf het centrum van zijn denken, handelen en integratie, in vrijheid centraal stelt.
En dit in tegenstelling tot het collectivisme en tradities die gaandeweg hun functies verliezen.Eén van de grootste tegenstanders is allicht de Vlaamse filosoof Mark Elchardus. Zo schrijft hij in zijn boek ‘de dramademocratie’: “Leden van de samenleving maken in hun consumerend gedrag steeds meer keuzes en krijgen hierdoor het gevoel dat ze een volstrekt uniek individu zijn. Individualisering is een dekmantel voor sociale controle die de samenleving stelt om sturing te geven aan het doen en laten van elk individu” [1]. Elchardus krijgt enerzijds veel kritiek vanuit het politieke landschap ondermeer door Dirk Verhofstadt. In zijn boek ‘Pleidooi voor individualisme’ staat: “De strijd voor individualisme is een strijd tegen religieuze, sociale en culturele tradities die mensen onderdrukken. Individualisering staat dus gelijk met zelfontplooiing en is een voorwaarde om tot een solidaire maatschappij te komen” (D.Verhofstadt).Verschillende filosofen[2] volgen hier die visie maar niet vanuit een liberaal standpunt dan wel vanuit filosofische en sociologische hoek. Individualisering zien zij als een wisselwerking tussen het individu en de samenleving. Zij stellen dat individualisering een voorwaarde kan zijn om tot sociale integratie en betrokkenheid te komen.

Historische feiten en bedenkingen

De Duitse socioloog Ferdinand Tonnies (1855-1936) sprak over twee soorten samenlevingen. Enerzijds de ‘Gemeinschaft’, een samenleving gebaseerd op traditie en hiërarchie. Anderzijds de ‘Gesellschaft’ waar de burgers een soort contractuele relatie aangaan met andere burgers. Deze overeenkomst
is in vrijheid genomen en impliceert tevens de rechten en plichten. Deze filosofische gedachte werd uitgebreid uitgewerkt door de filosoof Rousseau met het begrip ‘Het sociale contract’.

Frits de Lange (1955), hoogleraar Ethiek spreekt over drie belangrijke ontstaansimpulsen waardoor het individu en de samenleving hun eigen weg gingen. De Joodse profetische traditie, met nadruk op persoonlijke verantwoordelijkheid, en de Christelijke idee van persoonlijk heil zorgden ervoor dat het Westerse individu als unieke gestalte, reflexief op zichzelf betrokken, verschijnt (F. de Lange). Een tweede factor in het individualiseringsproces is de opkomst van het kapitalisme die om een nieuw menstype nl. de individuele mens als zelfstandige actor op de vrije markt van arbeid en kapitaal vroeg (F. de Lange).

Vrijheden zijn de aanzet geweest tot rechten; de rechten van de “individuele” mens, en die nu grondwettelijk vastliggen. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat de mensenrechten louter geboren zijn vanuit economische ontwikkelingen. Het cultureel ideeëngoed van ondermeer de verlichting, en denkers zoals Kant hebben een sterke impact gehad. Met andere woorden, het individualiserings-proces had als derde stuwende kracht een groot cultureel ideeëngoed achter zich die doorheen de eeuwen, niet enkel de samenleving veranderde maar ook de zelfontplooiing van elk individu. Niet onbelangrijk is de wetenschap dat individualisering een Westers sociaal fenomeen is. 

“In de meeste niet-Westerse samenlevingen waar traditie en overlevering de grootste overlevingskansen bieden, krijgt individualisering geen kans zoniet verandert afhankelijkheid in hulpeloosheid” (De Swaan). Pas toen er in Europa en de Verenigde Staten verbeterde arbeids- en leefomstandigheden waren, de leerplicht werd ingevoerd en er een armen- en ziekenzorg aanwezig was kon het individu zich toeleggen op individuele ontplooiing. Individualisering gaat niet samen met collectivisme maar wel met collectivisering van goederen, voorzieningen en diensten (De Swaan 1988).

Individuatie

Individuatie heeft geen rechtstreekse invloed op individualisering. Het is een biologisch gegeven die elk mens ondergaat, vanaf de geboorte. De psycholoog Jung omschrijft het als volgt: “Individuatie is het op weg gaan volledig je Zelf te worden, en dat doe je door volledige integratie van alle deelcomplexen
in je psyche. Dus, wanneer Ego, Schaduw, Anima en Zelf en eventuele andere complexen goed met elkaar in contact staan en steeds nader tot elkaar komen, dan ben je op de goede weg”. Met andere woorden, het is een differentiëringsproces. Het onderscheid het ene individu van het andere, en niet zozeer individu – samenleving. Het individuatieproces is biologisch gezien onvermijdelijk maar cultureel bepaalde verschillen geven dit proces mede vorm en bepaalt zo de identiteit van de leden van de betreffende cultuur. Individualisatie leidt dus wel tot individuele personen maar niet noodzakelijk tot individualistische personen (Paul Schnabel).

Individualisering gaat gepaard met sociale oriëntatie. Zo hanteren bv. Marokkaanse ouders een collectief mensbeeld: hoe het hoort volgens de islamitische moraal terwijl in Vlaanderen de ouders vooral individualistische waarden meegeven: het voor zichzelf opkomen, niet afhankelijk zijn enz.Vandaag is individualisering een norm geworden en velen zijn bang van een teveel. Plots staat individualisering gelijk aan egocentrisme of verlies van sociale cohesie. Nochtans is individualisme een empirisch gegeven.

Individualisering

Niettegenstaande de complexiteit van dit begrip, vind je toch genuanceerde definities terug. Het individu van vandaag maakt gebruik van digitale kanalen om informatie te vinden. Daarom haal ik deze definitie van Wikipedia aan. “Is het proces waardoor mensen zelfbewuster en meer als individu in plaats van als groep in de samenleving komen te staan. Dit proces is met de industrialisatie op gang gekomen en tegenwoordig wordt de Westers wereld als geïndividualiseerde wereld gezien. Je zal zelf meer denken de groep laten denken”.

De Engelse filosoof Steven Lukes onderscheidt in zijn studie “Individualisme”(1973) vier uitgangspunten.
Erkenning van de waarde en waardigheid van de mens. Ieder mens is gelijk ongeacht…. Erkenning van de autonomie van het individu. Autonomie is hier niet enkel vrijheid maar ook het dragen van verantwoordelijkheid voor eigen gedrag en keuzes. Het individualisme vertrouwt dus voor de samenleving op de positieve kwaliteiten van de mens. Erkenning en recht van het privaat leven. M.a.w. het gemeenschapsleven gunt ieder ook zijn privacy. En als laatste uitgangspunt: erkenning van de waarde van de zelfontplooiing en zelfverwezenlijking van het individu. Individualisering veronderstelt dat de zelfontplooiing van de individuele mens leidt tot groter persoonlijk geluk maar in hoge mate ook bijdraagt aan de kwaliteit van het samenleven. “Individualisering is dus een historisch,sociaal en cultureel proces dat sinds eeuwen in de westerse samenleving werkzaam en merkbaar is”.

Het is belangrijk een verschil te maken tussen individualisme en individualisering. Individualisme is een filosofisch standpunt waarbij het belang van het individu boven dat van de gemeenschap wordt geplaatst, het is tegengesteld aan collectivisme. Met andere woorden de mens staat tegenover
de wereld (lees: zijn samenleving), enkel het individu heeft belang. Individualisering betekent het einde van het collectivistisch denken in onze samenleving(en), waardoor alle individuen zelfbewuster denken en handelen aan de hand van keuzemogelijkheden. De samenleving heeft evenveel belang, zij moet immers de middelen voorzien voor deze keuzemogelijkheden, die op hun beurt gecreëerd worden door de burgers zelf.

  1. Elchardus, M.
  2. Het onderzoek en de bedenkingen werden via het Nederlands Gesprek Centrum gebundeld in het boek ”Individualisering en sociale integratie”. Het boek is in 1999 herverschenen bij uitgeverij SUN. Auteurs zoals Paul Schnabel, Jef Bussemaker en Jaap Van Der stel worden er o.a. geciteerd.