Participatie van kansengroepen
Uit Participatiewiki
Vanuit welke gedachte is het belangrijk geworden rekening te houden met kansengroepen? Wie kan er zoal tot deze categorie behoren, welke stappen kunnen door het bestuur ondernomen worden en welke acties heeft de Vlaamse overheid reeds ondernomen?
Inhoud |
Participatie van kansengroepen: de context
De context waarin een stijgend belang van participatie van kansengroepen zich afspeelt heeft onder andere te maken met het meer autonoom participatiegedrag van burgers. Daarmee samenhangend is het verlies aan legitimiteit en terrein van politieke partijen. Het bestuur is dus niet langer in staat om volledig op zichzelf complexe problemen op te lossen. Deze complexiteit ontwikkelt zich onder meer door de confrontatie met een multiculturele samenleving en andere processen zoals de toenemende professionalisering, globalisering en informatisering, waardoor het bestuur verplicht wordt haar beleid aan te passen. Een basishouding die men zich aanmeet vertrekt vanuit de erkenning van mogelijke tegenstrijdige meningen en opvattingen over mens en maatschappij. Men is ervan overtuigd dat de meningen en ervaringen van de doelgroep en hun participatie als gelijkwaardige partners een belangrijke meerwaarde vormen.
Kansengroepen: Wie?
Een belangrijke vraag die de beleidsmaker zich dient te stellen is voor welke doelgroep men het beleid zal ontwerpen. In het geval van kansengroepen is het interessant deze term te definiëren. Hieronder wordt een definitie van de Vlaamse Vereniging van Studenten voorgesteld.
Een kansengroep is een groep met een gemeenschappelijk specifiek kenmerk (sociaal-economische afkomst, functiebeperking, culturele origine, geaardheid, geslacht, religie, leeftijd..) dat afwijkt van de norm (welstellend, valide, blank, hetero, man, jong…) en op die manier een grond kan vormen tot discriminatie. Het moet bovendien gaan om een structureel gegeven, niet om een toevallig alleenstaand individueel geval. Of je tot een kansengroep behoort is erg contextafhankelijk: niet in elk beleidsdomein of maatschappelijke sector zijn dezelfde groepen ook een kansengroep. De kansengroepen in het onderwijs zijn niet noodzakelijk volledig dezelfde als in het mobiliteitsbeleid. Een kansengroep geniet ongelijke kansen en onderbenut zijn intrinsiek potentieel, zowel op het vlak van evenredige participatie als op individueel niveau. Evenredige participatie wil zeggen dat de deelname van kansengroepen zowel bij de instroom, de doorstroom als de uitstroom uit het hoger onderwijs, gelijk is aan hun relatieve aandeel in de samenleving. Het individuele aspect betekent dat personen die behoren tot een kansengroep, vaak niet het volle profijt uit bijvoorbeeld het onderwijs en kampen met een lager welbevinden. De definitie van kansengroepen heeft dus zowel een macroperspectief als een microperspectief. Het eerste benadrukt dat de ondervertegenwoordigde groep een onderbenutting betekent van het aanwezige potentieel in samenleving en economie. Het tweede benadrukt dat ongelijke kansen en discriminaties ook voor het individu onrechtvaardig zijn.
Bij de concrete bepaling van de kansengroepen waarvoor men beleid wil ontwikkelen, kan vanuit verschillende invalshoeken vertrokken worden. Men kan zich namelijk baseren op thematische, categoriale of territoriale criteria.
Tijdens dit beslissingsproces mag het belang van bestaande groepen zeker niet uit het oog verloren worden. Hier moet men in de eerste plaats naar op zoek gaan. Door lid te zijn van een groep wordt participeren als minder bedreigend beschouwd, met enkele staat men sterker dan alleen. Via formele kanalen wordt het ook makkelijker om met bepaalde mensen in contact te komen. Uiteraard zijn het de mensen die nog geen lid zijn van een vereniging die het grootste belang hebben bij extra aandacht. Om met deze personen in contact te komen kan men vindplaatsgericht te werk gaan. De beste manier om met deze mensen in persoonlijk contact te treden is door ze op te zoeken in bijvoorbeeld de wachtruimtes van het OCMW, dokterspraktijken; Kind en Gezin, winkels, scholen,…
Hoe: opmaak van een participatieplan in personeelsbeleid
De opmaak van een participatieplan wordt voornamelijk in de context van personeelsbeleid gebruikt, maar dit tool kan ook in andere situaties toegepast worden. In een eerste fase wordt de doelgroep omschreven en afgebakend. Vervolgens specificeert men de thema’s waarrond gewerkt moet worden. Het plan ken bijvoorbeeld tot doel hebben de diversiteit in de werksfeer aan te moedigen. De achterliggende vraag bij het opstellen van een participatieplan moet gaan om wat men wil bereiken met participatie. Hieruit volgt de vraag in welke mate men wil opklimmen op de participatieladder.
Concrete vragen dewelke kunnen gesteld worden tijdens het ontwikkelingsproces van een doelgroepenbeleid gaan onder andere over het aanbod en of dit voldoende wordt afgestemd op de leefwereld van de kansengroepen. De opdracht bestaat er in het aanbod laagdrempelig te houden. Men kan een stap verder gaan door bepaalde groepen een duwtje in de rug te geven, hun vrees te helpen overkomen en steun te bieden bij positieve houdingen.
Wat doet de Vlaamse overheid voor kansengroepen?
Het departement van cultuur, media, sport en jeugd wil participatie van kansengroepen bevorderen via het [[|participatiedecreet.
]]Nog een voorbeeld is dat van het lokaal sociaal beleidsplan waarlangs men de grondrechten voor iedereen wenst te realiseren. Dit plan dient tot stand te komen via participatie, waarbij groepen met minder behartigde belangen als belangrijkste doelgroep naar voor wordt geschoven.
Referenties
Spruytte, M., Meersman, P., Deprez, J., Vermeulen, M. (2009) Participatie van kansengroepen aan het beleid van de stad Roeselare. Roeselare: T’Hope vzw en Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen vzw.
Gijselinckx, C., Loose, M. (2007), Vlaanderen gepeild!. in Jan Pickery (red.) Brussel: Studiedienst van de Vlaamse regering, 27 p., publicatienr. 1184.
Pauwels, G., Pickery, J. (2007), Wie participeert niet? Ongelijke deelname aan het maatschappelijke leven in verschillende domeinen. Brussel: Studiedienst van de Vlaamse vereniging.
Vlaamse Vereniging van Studenten (05.12.2009). Kansengroepen. Brussel: Vlaamse Vereniging van Studenten.