Uit Participatiewiki
Participatieve groepen onderscheiden zich op verschillende vlakken op een waarneembare manier van andere meer conventionele groepen. De in de onderstaande kolommen opgenomen kenmerken kun je ook als indicatoren en contra-indicatoren voor participatief groepswerk hanteren. De tabel is geïnspireerd op Kaner [1].
Participatieve groepen
|
Conventionele groepen
|
iedereen participeert, niet enkel de meest verbale mensen
| de snelste denkers en de meest verbale sprekers krijgen meer ruimte
|
mensen geven elkaar de ruimte om te denken en redeneringen af te maken
| mensen onderbreken elkaar op regelmatige basis
|
mensen ondersteunen elkaar met vragen, zoals: “Is het dit wat je bedoelt?”
| vragen worden vooral gebruikt om elkaar uit te dagen of te ‘ondervragen’
|
tegengestelde opvattingen en overtuigingen worden toegelaten
| meningsverschillen worden behandeld als een conflict dat aangezwengeld of ‘opgelost’ moet worden
|
ieder groepslid doet moeite om aandachtig te zijn wanneer een ander aan het woord is
| wanneer een spreker de aandacht niet kan ‘vasthouden’, beginnen andere te weg te dromen, op hun klok te kijken of tekeningetjes te maken
|
mensen zijn bereid om te luisteren omdat ze weten dat er ook naar hun ideeën wordt geluisterd
| mensen hebben het moeilijk om naar de ander te luisteren omdat ze hun eigen inbreng zitten voor te bereiden
|
iedereen spreekt wanneer er controversiële onderwerpen aan de orde zijn; hierdoor kent iedereen ieders standpunt
| wanneer er controversiële onderwerpen aan de orde zijn, blijft een deel van de groepsleden stil; hierdoor zijn niet alle standpunten gekend
|
groepsleden verwoorden op een correcte manier andermans standpunten, ook wanneer deze standpunten niet gedeeld worden
| mensen geven slechts zeer zeldzaam een accurate verwoording van standpunten, opvattingen of meningen die ze zelf niet delen
|
mensen houden zich in om achter elkaars rug te praten
| omdat ze het gevoel hebben dat ze niet direct kunnen zijn tijdens het groepsgesprek, beginnen mensen buiten de overlegmomenten achter elkaars rug te praten
|
ook in de aanwezigheid van een hiërarchisch verantwoordelijke uiten mensen hun persoonlijke opvattingen en ideeën
| in de aanwezigheid van een hiërarchisch verantwoordelijke worden minderheidsstandpunten vaak niet ingebracht
|
een probleem is niet opgelost, zolang niet iedereen de redenering achter de oplossing begrijp
| een probleem wordt als opgelost beschouwd van zodra de snelste denkers een overeenstemming bereikten over het antwoord
|
wanneer een akkoord wordt bereikt, blijft men veronderstellen dat de beslissing vanuit meerdere perspectieven wordt bekeken
| wanneer een akkoord wordt bereikt, veronderstelt men dat iedereen exact hetzelfde denkt
|
Referentie
- ↑ Kaner, S. (2001). Facilitator’s guide tot participatory decision-making. Gabriola Island: New Society Publishers.
Deze bijdrage is een bewerking van een tekst uit de niet-gepubliceerde syllabus Co-creatief leiden van teams en taakgroepen, die ter beschikking wordt gesteld tijdens de gelijknamige driedaagse cursus van Stichting Lodewijk de Raet.