Planning for real
Uit Participatiewiki
Participatieniveau= cocreëren + adviseren
Inhoud |
Inleiding
“Planning for Real” kent zijn roots in de jaren 1970. De methode werd ontworpen door de Neighbourhood Initiatives Foundation (UK) met als doel om de mensen actief te betrekken bij het beleid en de inrichting van hun buurt. Het is een praktijkgerichte techniek die burgers door middel van een driedimensionale maquette op een niet-technische en visuele wijze ideeën laat formuleren. Op die manier kunnen mensen met een verschillende achtergrond participeren. Simpele modellen dienen dus als een hulp voor deelnemers om concrete prioriteiten naar voren te schuiven. Het proces zoekt naar consensus en eindigt met het maken van een actieplan voor een bepaalde buurt of ontwikkelingsproject. Concreet wordt deze methode toegepast op woonwijken, stadscentra, publieke ruimten en voor in onbruik geraakte sites. Zo kan men bijvoorbeeld huisvestiging, verkeer, veiligheid of de inrichting van de lokale openbare ruimte (parken, speeltuinen) in een bepaalde buurt bespreken.
Sterke punten
- De methode engageert mensen in een actief proces om bepaalde problemen en mogelijkheden in hun buurt te bespreken.
- Mensen worden aangezet om vanuit een vogelperspectief hun buurt of straat te bekijken. Bepaalde zaken zien er anders uit wanneer men ze niet bekijkt vanuit de enge situatie van het huis of de straat maar vanuit een meer geïntegreerd overzicht op de lokale situatie.
- De deelnemers kunnen zonder technische en/of professionele kennis in de dialoog stappen.
- Mensen worden benaderd vanuit hun ‘insider’-kennis als experts van hun eigen leefomgeving.
- Een nieuwe manier van kijken kan aanzetten tot de creatie van nieuwe ideeën zowel voor de deelnemers als de professionals. Zo beschikken zij vaak over een verschillende wijze van redeneren. De laatstgenoemden zijn eerder puzzelaars voor wie het kaderen van ontwerpvraagstukken een sleutelactiviteit is. Beïnvloed door hun educatie zoeken de professionals via creatieve processen eerder naar unieke vormen om situaties aan te pakken. De lokale bevolking zal eerder naar de site kijken vanuit de leefomgeving en via vorm een bepaalde functie anticiperen.
Zwakke punten
- Bij gebrek aan goede begeleiding van het proces kan het resulteren in onrealistische verwachtingen en onhaalbare doelstellingen.
- Indien er geen professionele Moderator is, bestaat het risico dat niet alle standpunten aan bod komen.
- De deelnemersgroep is niet altijd representatief voor de totale bevolking.
- Het is moeilijk om ook personen te motiveren tot deelname die zelden of nooit participeren aan het beleid.
- Consensus bereiken is – vooral bij complexe en delicate kwesties – niet eenvoudig.
- Het gebruik van voorwerpen en materiaal is niet neutraal. Net als mensen hebben ook objecten een beïnvloedingskracht. Kennis is namelijk afhankelijk van het gereedschap dat men aanwendt om de informatie aan te spreken. Een voorwerp is dus niet zomaar een intermedium maar werkt als het ware als een echte bemiddelaar. Er wordt vaak geargumenteerd dat mensen meer effectief kunnen participeren wanneer de materie benaderd wordt via visuele instrumenten en niet zuiver tekst. Niettemin kunnen visuele weergaves eveneens mensen van hun lokale kennisbank loskoppelen. Bijvoorbeeld door zaken wel of niet weer te geven of te accentueren. Immers, lokale kennis is niet zomaar een hulpbron die men simpelweg kan aanboren, het is gekarakteriseerd door de specifieke situatie waarin men het aanspreekt.
- Een bijkomend praktisch probleem is dat lokale kennis vaak op een eerder impliciete manier geformuleerd wordt, aangezien niet iedereen zijn vanzelfsprekend genomen wereld in duidelijk termen kan verwoorden. Dit probleem komt naar boven wanneer de betekenis van de context van de sociale interactie wordt losgemaakt. Hierbij aansluitend hebben professionele ontwerpers de neiging om meer aandacht te schenken aan grafische voorstellingen dan aan geschreven teksten. Voor gewone deelnemers zijn woorden echter vaak minder abstract. Daarom is het belangrijk om voldoende aandacht te schenken aan de verschillende rapportage vormen van het gebeuren.
Stappenplan
- Breng het lokaal netwerk en alle mogelijke belanghebbenden in kaart. Contacteer de lokale mensen en organisaties. Informeer duidelijk over het opzet en de doelstelling. Kies een locatie voor de sessie(s). En tast mogelijke onderwerpen af.
- Bouw op basis van een kaart of luchtfoto (met een grote schaal, vb. 1:250-300) het driedimensionaal model van de buurt of de site. In het beste geval in samenwerking met bewoners zodat zo veel mogelijk lokale kennis bijdraagt tot de realisatie van een waarheidsgetrouwe maquette.
- Organiseer plansessies waarbij het driedimensionaal model centraal staat. De mensen maken kennis met het gebied terwijl ze rond de maquette zitten. Men bespreekt vertrouwde oriëntatiepunten, situeert de site binnen de alledaagse context: waar staat uw huis? Welke trips doet u regelmatig? … Doormiddel van informele gesprekken nemen de deelnemers potentiële problemen en opportuniteiten vanuit vogelperspectief waar.
- Er worden verschillende “suggestie”-kaartjes rond de maquette verspreid waarmee de bewoners kunnen tonen wat ze waar willen. Ook problemen kunnen gelokaliseerd worden (bv. zwerfvuil, onveiligheid, …). Naast “suggestie”-kaartjes kunnen ook objecten op het model geplaatst worden zoals verbindingen, oversteekplaatsen, struiken en bomen,… Er zijn ook reservemateriaal en lege kaartjes aanwezig zodat de mensen zelf suggesties kunnen doen. Deze eerste suggestieronde(s) gebeurt individueel zodat alle deelnemers de kans krijgen om hun zegje te doen.
- Geleidelijk worden via discussiesessies in de groep prioriteiten opgelijst en consensus gezocht. Dit gebeurt ook visueel door suggestie kaarten te sorteren op een bord met de categorieën ‘nu’, ‘binnenkort’ en ‘later’. Organiseer zo veel sessies als u nodig acht. Er kan ook met Focusgroepen gewerkt worden. Gedurende de sessies kijken de professionelen toe en beantwoorden ze vragen, zij nemen best niet actief deel.
Benodigdheden
- Een ontmoetingsruimte; de sessies worden best gehouden op plaatsen die enerzijds gemakkelijk toegankelijk zijn en anderzijds een zekere aantrekkingskracht op de buurt uitoefenen. Men kan de hulp inroepen van lokale mensen om de perfecte ontmoetingsplaats te vinden.
- Een grote kaart of luchtfoto (1:250-300) als basis voor de maquette.
- Knutselmateriaal om het driedimensionaal model en “suggestie”-voorwerpen te maken
- ”Suggestie”-kaartjes waarmee mensen kunnen tonen wat ze waar willen. Voorzie ook blanco kaartjes.
- Een bekwame moderator
Tips bij gebruik
- Betrek bewoners, schoolkinderen of studenten in de bouw van het model. Dit verhoogt de betrokkenheid (zie ook Cocreatie).
- Organiseer vooraf een terreinbezoek met de deelnemers en bekijk eventueel andere voorbeelden (zie ook Inspiratiebezoek).
- Naargelang het onderwerp kan het materiaal worden aangepast: bv. duimspijkers en touw voor het aanduiden van paden.
- Registreer de discussie tussen de deelnemers door te observeren en te noteren. Dit is belangrijk voor de interpretatie van de suggesties achteraf.
- Kies de locatie op basis van lokale ‘insider’ kennis om een maximale aantrekkingskracht uit te oefenen. De sessies kunnen ook plaatsvinden op verschillende locaties binnen de buurt.
- Door voor een duidelijke communicatie over het opzet en de doelstellingen te zorgen kan men de creatie van onrealistische verwachtingen vermijden.
- Denk na over de samenstelling van de deelnemers in relatie tot de doelstelling van de participatieronde (bv. zoveel mogelijkheid diversiteit of representativiteit?)
- De moderator is een getrainde Facilitator. Hij/zij beschikt over de nodige vaardigheden en heeft de bevoegdheid om een neutrale positie in te nemen. Idealiter heeft hij/zij zich een groot aantal gedragingen en noodzakelijke attitudes eigen gemaakt, te vatten onder de noemer 'Inspirerend faciliteren van participatie'.
- De wijze waarop een resultaat gecommuniceerd wordt naar de ontwerpers is niet een klein detail maar kan een belangrijke invloed hebben op de kwaliteit van het proces. Bijvoorbeeld of het formaat een volledige tekst is die het volledige verhaal achter de redenering verteld, of het gewoonweg een lijstje van sleutelwoorden en wensen bevat, maakt een wezenlijk verschil naar de verstaanbaarheid voor de ontwerpers toe.
- Sowieso nuttig is het om ook rekening te houden met de meer Generieke aandachtspunten die voor de meeste participatiemethoden gelden.
Kostprijs
Dure methode (assistenten, moderator, modellen, …), tenzij inzet van vrijwilligers.
Praktijkvoorbeeld ‘Trek-je-plan’-dag Park Spoor Noord
In 2001 kwam een oude spoorwegbedding van zo’n 24ha groot vrij in de 19de-eeuwse stadsgordel rond Antwerpen. Er bestonden verschillende scenario’s voor de nieuwe inrichting van deze site. Sommigen wouden de open ruimte gebruiken om de mobiliteitsproblemen aan te pakken, anderen dachten aan economische ontwikkelingen of de creatie van een creatieve cluster, nog anderen waren voorstander om extra woonomgeving in te planten. De stad besliste om door middel van interne denkdagen eerst zelf een visie te ontwikkelen alvorens met externe onderhandelingen te starten. Desalniettemin organiseerde men parallel aan hun formele denkdagen ook creatieve workshops waarbij vertegenwoordigers van het middenveld en burgers uit de omgeving uitgenodigd waren voor een aantal brainstorms. De kwaliteit van de discussies/suggesties tijdens deze participatiedagen werden door de planners van de stad geapprecieerd. Dit kan mede verklaart worden door de samenstelling van de deelnemers. Er was de keuze gemaakt voor diversiteit van mensen en creativiteit boven representativiteit. Deze informele denkdagen zouden ideeën en argumenten hebben aangereikt voor de formele besprekingen. Daar werd een consensus gevonden om de site hoofdzakelijk een groene invulling te geven met een aantal aanvullende recreatieve functies.
‘Trek-je-plan’-dag
Omdat deze informele creatieve workshops aan het begin van het visieproces gezien werden als succesvol, besloten de stadsplanners om een ‘planning-for-real’ evenement te organiseren onder de noemer ‘Trek-je-plan’-dag. Opnieuw werd een groep vertegenwoordigers van de buurt uitgenodigd om te brainstormen. Ze bouwden maquettes rond geselecteerde thema’s. De geopperde ideeën werden opgenomen in de briefing van de internationale ontwerpwedstrijd.
Interactie lokale kennis en professionele expertise
Tijdens de creatieve workshops was er een duidelijke verschil in benadering tussen de lokale bevolking en de experts. De lokale deelnemers bespraken de site eerder vanuit het standpunt van de omgeving, terwijl de ontwerpers zich eerder concentreerden op het object zelf. Terwijl die eersten de vorm in relatie tot de functie zagen, werkten de experts met designconcepten in hun gedachten. Laatstgenoemden zagen de site eerder als een onafhankelijke groene ruggengraat die men in de gegeven context zou blenden. Echter wanneer de lokale bevolking over hun park dacht, dachten ze niet langer aan abstracte voorkeuren maar in termen van verwachtingen en cohesie met de buurt. Men besprak bijvoorbeeld of iets praktisch haalbaar of nuttig voor de buurt was. Deze lokale links kunnen gemakkelijk verloren gaan door de manier van communicatie. Bijvoorbeeld, op de ‘Trek-je-plan’-dag konden de ontwerpers niet aanwezig zijn om juridische redenen (i.v.m. de ontwerpwedstrijd). Ze kregen echter wel de maquettes te zien en er was een brochure gemaakt met een lijst van wensen geformuleerd door de deelnemers. Hoe dan ook waren de ontwerpbureaus in de praktijk eerder geïnteresseerd in de kaart van de consensusnota waar die gegevens ontbraken. Daarnaast was er het voorbeeld van de kinderboerderij. Deze lokale suggestie was zonder uitleg als een punt opgenomen in de lijst. De ontwerpers negeerde deze suggestie echter, niet wetende wat de originele betekenis van het betreffende voorstel was. Het idee van de kinderboerderij drukte in feite een wens uit om de sociale verbindingen in de buurt te versterken doormiddel van het indirect samenbrengen van verschillende mensen rond een specifiek project in het park. Desalniettemin kan de waterspeeltuin nu gezien worden als een publiekstrekker met dezelfde waarde.
De invloed van kaarten, luchtfoto’s en maquettes,…
Tijdens de creatieve workshops en de ‘Trek-je-plan’-dag hadden de instrumenten die waren gebruikt, zoals kaarten, luchtfoto’s and maquettes, een invloed op de manier van denken van de deelnemers aan tafel. Zo kwamen tijdens de eerste informele denkdagen veel deelnemers met relevante informatie uit de buurt doordat de setting hen uitnodigde om verbindingen te trekken met de site. Tijdens de ‘Trek-je-plan’-dag kwamen diezelfde deelnemers tot minder creatieve suggesties, waarschijnlijk omdat de focus toen meer lag op het object dan op de relatie van dat object met de context, dus daar waar hun feitelijke lokale expertise ligt.
Meer informatie en referenties
Planning for Real is een geregistreerd merk van de Neighborhood Initiatives Foundation UK, meer info op http://www.nif.co.uk/planningforreal/
Scottisch government website http://www.scotland.gov.uk/Topics/Built-Environment/regeneration/engage/HowToGuide/PlanningforReal
Communityplanning.net http://www.communityplanning.net/methods/planning_for_real.php
De Wever, H., Lamberts, E., & Minten, P. (2003). Antwerpen Spoor Noord: een stedelijk park in zicht. Antwerpen: Ludion.
Van Herzele,A. en Heyens.V. (2003) Het park met iedereen. Ideeënboek voor participatie in het groen, Brussel: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, 69p.
Van Herzele, A. (2004). Local Knowledge in Action: Valuing Non-professional Reasoning in the Planning Process. Journal of Planning Education and Research, 24(2), 197-212.
Van Herzele, A., & van Woerkum C. (2008). Local knowledge in visually mediated practice. Journal of Planning Education and Research, 27, 444-455.
Van Parijs, S. (2011) Architecture of power in socio-spatial planning processes: the image of the network in relation to urban planning and politics. Case studies of parks in Ghent, Antwerp and Berlin. (MA thesis, UNICA Euromaster in Urban Studies 4Cities.eu, Brussels)