SEARCH
TOOLBOX
LANGUAGES
Verhouding man/vrouw in het publiek debat

Verhouding man/vrouw in het publiek debat

Uit Participatiewiki

Ga naar: navigatie, zoeken
Zie ook artikel Adviesraden: verhouding man/vrouw

Inhoud

Achtergrond: kwaliteitsvol publiek debat

Moderne democratieën hechten veel belang aan praten. In het publiek debat komen verschillende ideeën naar voren, worden voorkeuren gevormd en argumenten uitgewisseld. Om goede afspiegeling te krijgen van wat er leeft in de samenleving is het aangewezen dat alle maatschappelijke groepen redelijk gelijk kunnen deelnemen. Daarom is kwaliteitsvolle deliberatie noodzakelijk inclusief: “diegenen die beïnvloed worden door de gevolgen van een beslissing, moeten in gelijke mate kunnen participeren in de discussies over die beslissing” (Caluwaerts, D. & S. Erzeel, 2010).

Verhouding man/vrouw

Volgens het PARTIREP-onderzoek (gehouden naar aanleiding van de regionale verkiezing in België in 2009) komen vrouwen minder aan bod dan mannen in het publiek debat. Bovendien zouden vrouwen algemeen gesproken minder prater over politiek. Proportioneel gezien gaan mannen (86% van de respondenten) meer politieke discussie aan dan vrouwen (77.7%). Deze verhouding vlakt gedeeltelijk uit wanneer men per respondent controleert op de verdeling van bepaalde middelen zoals politieke kennis, vaardigheden, politiek attitude, interesse en ook op het vertrouwen van de respondent in de gesprekspartner(s). Deze middelen zijn allen van belang om zich te kunnen engageren in een maatschappelijke discussie. Desalniettemin is er nog steeds een verschil tussen de participatiegraad van mannen en vrouwen in het publiek debat. Volgens de participatie literatuur wijst deze vaststelling erop dat sekseverschillen slechts voor een deel het verschil kunnen verklaren. Daarom spreekt men over genderverschillen: ‘man’ en ‘vrouw’ zouden sociaal geconstrueerde identiteiten zijn, bovendien zou er een verschillende politieke socialisatie zijn tussen mannen en vrouwen.

Invloed van de discussiesetting

Mannen zouden zich meer comfortabel voelen om maatschappelijke posities openbaar te maken en zich aldus bloot te stellen aan kritiek. Aangezien publieke deliberatie hand in hand gaat met publiek posities innemen zou dit zeker voor een deel de verhouding man/vrouw kunnen verklaren. Het PARTIREP-onderzoek komt tot die vaststelling. Deelname aan het publiek debat hangt volgens hun conclusies voor een deel samen met het conflictpotentieel van de setting. Mannen praten bijvoorbeeld het vaakst over politiek met hun vrienden, terwijl vrouwen meer hierover praten in familieverband. Een politieke discussie beginnen met collega’s is voor beide groepen minder populair. In het algemeen vermijden vrouwen meer dan mannen een discussiesetting met een hoger conflictpotentieel.

Enerzijds kan men vanuit een ‘achterstandslogica’ menen om de vrouwen een handje te helpen door bevoordeeld genderquota voor formele participatie te bepalen. Dit gebeurt in Vlaanderen bijvoorbeeld voor de lokale adviesraden.
Anderzijds kan men kiezen om de deliberatieve democratie en zijn basisaannamen opnieuw te overdenken. Daarbij zou men de focus kunnen verleggen op niet alleen rationele argumenten maar ook op het uitwisselen van persoonlijke ervaringen, perspectieven, getuigenissen en verhalen. (voor een overzicht van methodes zie faciliteren van participatie)

Referenties

Caluwaerts, D. & S. Erzeel (2010) Vrouwen, mannen en het praten over politiek. In: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp. 32-34 (7)