Wereldburgerschap
Uit Participatiewiki
Inhoud |
Inleiding
De hedendaagse samenleving is er één van snel opeenvolgende evoluties en veranderingen. Als beweging voor actief burgerschap wil Sociumi mensen motiveren om op een actieve manier te participeren aan de vormgeving van deze samenleving en hen ondersteunen in het verwerven van competenties om actief burgerschap in de praktijk waar te kunnen maken.
Eén van die grote evoluties in onze samenleving betreft de toenemende mondialisering. Vroeger leefde men hoofdzakelijk in de lokale gemeenschap en waren bijvoorbeeld de landen in het zuiden verre exotische bestemmingen. Op korte tijd is de wereld veel kleiner geworden. Technologische evoluties hebben er bijvoorbeeld voor gezorgd dat we in een mum van tijd aan de andere kant van de wereld staan. En we hoeven dankzij de informatie- en communicatietechnologie niet eens meer uit onze zetel te komen om van alles te weten te komen over de rest van de wereld. De wereld is meer één geworden.
Een daarmee gepaard gaande trend is globalisering. Ricardo Petrella omschrijft globalisering als volgt: "Globalisering is de toename van het aantal verbindingen tussen de staten en de samenlevingen van de wereld. Op die manier krijgen gebeurtenissen, beslissingen en activiteiten in één deel van de wereld, belangrijke gevolgen voor individuen en gemeenschappen in een andere uithoek van de wereld. Deze trend situeert zich op tal van domeinen van het maatschappelijk leven: economie en financiën, technologie, cultuur, politiek, mentaliteit,…"
Wat zich in verre uithoeken van de wereld afspeelt, heeft dus tegenwoordig vaak effecten hier bij ons (glocalisation). Als we dan willen dat mensen participeren aan deze samenleving en er mee vorm aan geven, is het belangrijk dat ze de nodige kennis, inzichten, vaardigheden en attitudes verwerven om te handelen in deze mondiale, geglobaliseerde samenleving, dat ze wereldburger zijn.
Kernbegrippen
Mondiale vorming
Mondiale vorming is een koepelbegrip dat verschillende educaties dekt: ontwikkelingseducatie (ook wel Noord-Zuid educatie of internationale opvoeding), vredeseducatie, milieueducatie, mensenrechteneducatie, interculturele opvoeding.
Ontwikkelingseducatie
Ontwikkelingseducatie wordt bepaald als een geheel van activiteiten, gericht op het creëren, verbreden en/ of versterken van een maatschappelijk en individueel draagvlak i.f.v. een rechtvaardig en solidair samenleven van mensen, volkeren en culturen. Daarbij wordt binnen ontwikkelingseducatie de nadruk gelegd op ontwikkelingsthema’s zoals bijvoorbeeld de Noord-Zuidverhouding, armoede in de Derde en Vierde wereld, racisme, interculturaliteit, analfabetisme… Binnen het proces van ontwikkelingseducatie worden instrumenten aangereikt, wordt een ruimte gecreëerd ter bevordering van zowel individuele als maatschappelijke sensibilisering, bewustwording, actie en interactie.[1]
Mondiaal burgerschap of wereldburgerschap
Cultuur - Een wereldburger zoekt naar verbondenheid in verscheidenheid, naar wat ons verbindt op cultureel en religieus vlak. Pas als we weten wie we zelf zijn, welke waarden wij hebben meegekregen en de diversiteit binnen onze eigen gemeenschap erkennen, kunnen we de dialoog met de anderen aangaan.
Ethiek - Een wereldburger is er van overtuigd dat iedereen deel uit maakt van één en dezelfde wereld. Hij heeft aandacht voor en kennis over de nationale en internationale context waarin gebeurtenissen plaats vinden. Zo kan hij gebeurtenissen die zijn leven beïnvloeden vanuit een breder perspectief bekijken en begrijpen. Een wereldburger koestert verscheidenheid en toont een echt engagement en solidariteit tegenover andere mensen. Hij weet dat zijn gedrag gevolgen kan hebben op het milieu, de dieren en de mensen op aarde. Wereldburgers beseffen dat ze verantwoordelijk zijn voor de toekomst van iedereen en samen gemeenschappelijke problemen moeten oplossen.
Politiek - Een wereldburger streeft naar een werelddemocratie. Door participatie op lokaal en mondiaal niveau, door alle krachten en bezorgdheid van onderuit te bundelen kan hij de wereld mee organiseren en verbeteren.[2]
Duurzame ontwikkeling
De benadering van Duurzame Ontwikkeling kan vanuit verschillende hoeken. De meest voorkomende is het beeld van de drie pijlers: de economische (productie en consumptie voor behoeftebevrediging), de ecologische (respect voor de draagkracht van de aarde) en de sociale pijler (rechtvaardigheid op wereldvlak). Steeds vaker wordt daar ook een vierde pijler van participatie (inspraak van burgers in de bepaling van een duurzaam beleid) aan toegevoegd.[3]
Derde wereld
Een verzamelnaam voor landen, die hoewel ze op allerlei vlakken sterk van elkaar verschillen, met elkaar gemeen hebben dat ze door kernlanden van Europa gekoloniseerd werden en tot op de dag van vandaag gemarginaliseerd worden op economisch, politiek sociaal… vlak.[4]
Historische context
Om een vlotte oriëntatie binnen het thema mondiaal burgerschap mogelijk te maken, wordt in dit hoofdstuk een kort historisch overzicht gegeven, dat een aantal kernideeën waarop mondiaal burgerschap is gebaseerd, kan kaderen.
We starten hierbij met de kolonisatie die in de 16de eeuw op gang kwam, nemen daarna de dekolonisatie onder de loep en staan vervolgens stil bij het ontwikkelingsdenken dat na WOII ontstond. De evolutie in denken over ontwikkelingssamenwerking, vertelt ons immers veel over het gedachtegoed waaruit mondiaal burgerschap is ontstaan.
Kolonisatie en dekolonisatie
Kolonisatie[5]
De zestiende eeuw is min of meer een startsignaal geweest voor het ontstaan van de Derde Wereld. Het is niet dat de geschiedenis voor deze landen toen pas begon. Met het ‘ontstaan van de Derde Wereld’ wordt eerder het eindpunt van de autonome ontwikkeling van deze gebieden aangegeven. Het is de periode waarin Latijns-Amerika ontdekt en veroverd wordt door Spanjaarden en Portugezen. De periode waarin het rijk van de Inka’s en de Azteken met de grond gelijk gemaakt wordt. De kolonisatie van Latijns-Amerika is te situeren in een kader van feodale expansie en verschilde eigenlijk niet echt van territoriale expansies door andere volkeren in de eeuwen ervoor (cf. de Ottomanen, of zelfs het Romeinse Rijk). Het ging er dus om het grondgebied uit te breiden en zoveel mogelijk te roven en te plunderen.
In de zeventiende eeuw nam de kolonisatie een andere vorm aan. Naast het plunderen en de piraterij kwam nu ook de handel met Azië sterker op het voorplan, Engeland en de Verenigde Provinciën kwamen op het koloniale toneel en de driehoekshandel Afrika-Amerika-Europa kende zijn volle bloei. Afrikaanse slaven werden, meestal in mensonwaardige omstandigheden, verscheept naar Latijns-Amerika waar ze ingezet werden bij het kweken van landbouwproducten zoals suiker en indigo. Deze producten werden dan verscheept naar Europa. Op zijn beurt verhandelde Europa producten als wapens en alcohol in Afrika. Deze periode werd benoemd als de periode van de handelskolonisatie.
Op het einde van de achttiende eeuw brak de industriële revolutie in Engeland door. Deze veranderde opnieuw het gezicht van de kolonisatie. Men spreekt ook wel over het industriële kapitalisme. In de Derde Wereld kwamen de grondstoffen, die men nodig had voor die industrie nu centraal te staan, naast het vergroten van de afzetmarkt en het vormen van een arbeidsreservoir. Latijns-Amerika verwierf, in navolging van Noord-Amerika en wegens de zwakte van Spanje en Portugal, in het begin van de negentiende eeuw zijn onafhankelijkheid. Afrika daarentegen werd nu stilaan verkend en gekoloniseerd, ook al omdat men nu de technische middelen had om een doorgang in dit moeilijk toegankelijk gebied te forceren. Aanvankelijk was men er eerder voor een informeel imperium op te richten. De rivaliteit tussen de Europese kernlanden zou echter een verdergaande kolonisatie nodig maken en leiden tot het oprichten van formele imperia. Vanaf het midden van de negentiende eeuw tot aan de eerste wereldoorlog, de periode van het eigenlijke imperialisme, woedde een wedloop tussen de kernlanden van Europa in het koloniseren van o.a. Afrika.[6] Meestal niet omdat ze die kolonies meteen nodig hadden, maar eerder omdat die misschien ooit eens van pas zouden kunnen komen en omdat de Europese kernlanden vreesden dat er anders niets meer zou overblijven. Het is in deze periode dat we de Onafhankelijke KoNGOstaat onder Leopold II en wat later de Belgische kolonie KoNGO kunnen situeren.
De zestiende eeuw vormde een beginpunt in de overgang van een gefragmenteerde naar een internationale wereld, een wereld van toenemende onderlinge afhankelijkheid. Waarom het net de kernlanden van Europa geweest zijn die deze rol op zich genomen hebben, heeft te maken met de politieke versplintering van Europa in die periode. Er was niet één centrum van politieke, economische en ideologische macht, wel een pluriform en concurrentieel machtsveld. De opkomende burgerij slaagde erin economische autonomie te verwerven, het kapitalisme begon vorm te krijgen en zorgde voor een kwalitatief andere maatschappij met kapitalisten en een proletariaat. Het was hier dat de beslissende voorsprong van de Europese kernlanden lag, waardoor ze tegen 1914 hun wil konden opleggen aan een groot deel van de wereld.
Dat deel van de wereld verloor zijn autonomie en dat niet alleen op politiek of economisch vlak, maar evengoed op cultureel vlak: “Kolonisatie was een grootschalig civilizatie-project waarbij een totale maatschappelijke orde - de Westerse - als richtinggevende norm werd opgedrongen.”[7] Het Westen zag de gekoloniseerde wereld als een negatie van zichzelf, namelijk wat het ‘nog niet was’. De Derde Wereld was primitief en onontwikkeld. Geschiedenis werd gezien als het opklimmen van culturen naar beschaving. Die beschaving was dan het Westen. De gekoloniseerde landen stonden nog onderaan de ladder, maar de weg die ze moesten volgen was alvast uitgestippeld.
Dekolonisatie[8]
De Europese kernlanden sleepten hun kolonies mee in hun twee wereldoorlogen, maar het waren uiteindelijk de Verenigde Staten en de Sovjetunie die als de grote overwinnaars uit de bus kwamen. Twee grote machtsblokken die meteen hun eigen Koude Oorlog in gang zetten en de wereld zouden indelen in twee kampen. Hoewel beiden ten stelligste beweerden een andere ideologie te vertegenwoordigen, kapitalisme versus socialisme, waren ze toch beiden voorstander van zelfbeschikking, dekolonisatie dus, dit in tegenstelling tot de voormalige Westerse kernlanden. Dekolonisering betekende echter nog niet het einde van het imperialisme. De Verenigde Staten schotelden zichzelf voor dat ze een missie te vervullen hadden in de wereld. Zij moesten ervoor zorgen dat democratie bewaard of verspreid werd, een ‘democratie die onmogelijk was zonder vrijemarkteconomie’[9] De Verenigde Staten ontwikkelden ook hun dominotheorie. Als één land zou vallen voor het communisme dan zouden snel andere gebieden volgen. Dat moest ten allen prijze voorkomen worden. Latijns-Amerika lag daarbij in de achtertuin van de Verenigde Staten. Als het communisme daar voet aan de grond zou krijgen, dan was het gevaar enorm dat de Verenigde Staten in communistische handen zou vallen. De Verenigde Staten bouwden vanuit deze idee voor zichzelf het recht op overal ter wereld te mogen interveniëren en zeker in Latijns-Amerika. In de Sovjetunie worstelde men met de tegenstelling tussen Stalin, die vooral de Sovjetunie naar binnen toe wou versterken en Trotsky, die vooral de revolutie wou exporteren. Als compromis besloot de Sovjetunie de belangen van de Sovjetstaat gelijk te schakelen met de uitbouw van het socialisme in eigen land, en bij uitbreiding overal ter wereld. Zo sloot deze vriendschaps- en bijstandsverdragen met andere landen.
Dekolonisatie kon in praktijk echter alleen zolang de belangen van de grootmachten niet geschaad werden. De eerste golf van dekolonisatie vond plaats, in de nasleep van WOII, in Azië. In een aantal gevallen werd het een waar slagveld in de oorlog tussen de twee machtsblokken, waaruit blijkt hoe weinig autonomie deze onafhankelijke landen in feite maar verwierven. Viëtnam en Korea zijn daar heel gekende voorbeelden van. Het Afrikaanse continent volgde rond de jaren ’60 en ook daar ging de dekolonisatie gepaard met heel wat conflicten. Het neo-imperialisme was een feit.
Ontwikkelingsparadigma's [10]
De verschillende ontwikkelingsparadigma’s worden hier chronologisch weergegeven. Het is belangrijk in te zien dat het ene paradigma niet verdwijnt omdat er een nieuw ontstaat. Verschillende paradigma’s blijven naast elkaar bestaan, zoals er ook verschillende belangengroepen gelijktijdig op het ontwikkelingsveld te situeren zijn: er is de bilaterale ontwikkelingssamenwerking (landen), de multilaterale ontwikkelingssamenwerking (internationale instituties zoals de VN), de ‘ontwikkelingssamenwerking’ vanuit de economische wereld (IMF & Wereldbank) en de niet-gouvernementele ontwikkelingssamenwerking (NGO’s).- ↑ Deze bepaling werd opgesteld door Germana De Bock (KUB) en Kerlijn Quaghebeur (KUL) in het kader van het PBO-project “ontwikkeling van methoden en evaluatiecriteria voor kwaliteitsverbetering in het NGO-ontwikkelingseducatiewerk (inz. Residentiële inleefateliers)”, 2000
- ↑ Overgenomen uit de visietekst van Kleur Bekennen: www.kleurbekennen.be
- ↑ Overgenomen van het Vlaams Overleg Duurzame Ontwikkeling www.vodo.be
- ↑ Walraet, A. (2000). Internationale Institutionele Samenwerking. Universiteit Gent.
- ↑ Gebaseerd op: Walraet, A. (2000). Internationale Institutionele Samenwerking. Universiteit Gent. Everaert, J. (2000). Kolonisatie in de 19de en 20ste eeuw. Universiteit Gent.
- ↑ Wesseling, H.L. (1999). Verdeel en heers: De deling van Afrika 1880 - 1914. Amsterdam/ Ooievaar.
- ↑ Pinxten, R. & Verstraete,, G. (1998). Cultuur en macht: over identiteit en conflict in een multiculturele wereld. Antwerpen: Houtekiet. pg. 211.
- ↑ Gebaseerd op: Wallerstein, I. (1996). National development and the world system at the end of the cold war. In A. Inkeles & M. Sasaki (eds.) Comparing nations and cultures: reading in a cross-disciplinary perspective (pp. 484-497). Englewood Cliffs (N.Y.): Prentice-Hall. Criekinge, J. Van (1996). De wereld van de ontwikkelingssamenwerking. Brussel: NCOS.
- ↑ Doom, R. (2000). Structurele problemen van de Derde Wereld. Universiteit Gent. p. 44
- ↑ Dit stuk is voornamelijk gebaseerd op Achterhuis, H., Barrez D., Tandon, Y. et al. (1993). Het orkest van de Titanic: werken aan andere Noord-Zuid verhoudingen. Brussel: VUB press. Wallerstein, I. (1996). National development and the world system at the end of the cold war. In A. Inkeles & M. Sasaki (eds.) Comparing nations and cultures: reading in a cross-disciplinary perspective (pp. 484-497). Englewood Cliffs (N.Y.): Prentice-Hall. Criekinge, J. Van. (1996). De wereld van de ontwikkelingssamenwerking. Brussel: NCOS. Kiely, R. & Marfleet,, J. P. (eds.), (1998). Globalisation and the Third World. London: Routledge. Nederveen Pieterse, J. (2001). Development Theory: deconstructions/ reconstructions. London: Sage.