Wijkbudget
Uit Participatiewiki
Wat zijn wijkbudgetten? Hoe gaat het in zijn werk en wat verhoogt de slaagkansen van het systeem van wijkbudgetten? Het artikel wordt afgesloten met een voorbeeld uit de stad Leuven.
Inhoud |
Wat zijn wijkbudgetten?
Burgers, inwoners van een straat of wijk, kunnen binnen het systeem van wijkbudgetten aanspraak maken op een som geld dat ze zelf mogen beheren. Afhankelijk van het reglement moeten de burgers voldoen aan bepaalde randvoorwaarden. Ook het toepassingsgebied is vaak afgelijnd. In de Vlaamse context worden wijkbudgetten meestal ingezet bij de verbetering van de directe leefomgeving: de aankoop van nieuwe zitbanken, heraanleg van tuintjes en perken of andere verfraaiingen van de buurt. De meeste steden en gemeenten proberen via het reglement te vermijden dat het systeem gebruikt wordt om allerlei buurtfeesten te organiseren.
Wettelijke basis
In artikel 159 van het Gemeentedecreet wordt beschreven hoe het college van burgemeester en schepenen, onder voorwaarden die door de gemeenteraad worden vastgesteld, het budgethouderschap met betrekking tot bepaalde budgetten betreffende projecten kan delegeren aan wijkcomités en burgerinitiatieven. Dit kan ook voor aangelegenheden die het dagelijks bestuur te boven gaan.
Toepassing
Wijkbudgetten zijn niet noodzakelijk enkel giften van de overheid. Burgers kunnen via allerlei andere kanalen middelen mobiliseren waar ze verder autonoom over kunnen beschikken. Dit kan bijvoorbeeld door het opzetten van sponsoracties of inzamelingen. Een wijkbudget bestaat niet altijd enkel uit gelden. Het bestuur kan bijvoorbeeld cheques voorzien die men bij bepaalde instanties kan besteden. Daarnaast kunnen bewoners soms via een puntensysteem, onder de vorm van een beloning, diensten van de overheid verdienen.
Wie bepaalt?
Er kunnen verschillende vormen van wijkbudgetten onderscheiden worden. Deze kan men plaatsen op onderstaand figuur. Op de x-as van dit model kan de vraag “wie bepaalt” onderscheiden worden. Wie bepaalt wat gaat gebeuren en hoe? Op deze as vallen twee uitersten te plaatsen. Een eerste vorm is deze van budgetten VOOR de wijken. Dit houdt in dat de sturingsruimte van de bewoners beperkt wordt. Het bestuur kan bijvoorbeeld op basis van een wedstrijdformule het beste voorstel kiezen. Daarentegen zijn budgetten VAN de wijk gelden die door de bewoners zelf vrij ingezet kunnen worden. Men bepaalt zelf welke ideeën men als nuttig voor hun wijk beschouwt. In de praktijk blijkt echter vaak dat een initiatief door professionals beoordeelt wordt, om het vervolgens in een beleidstraject te plannen. Hierdoor verliest de burger de belangrijke band met zijn project.
Wie begint?
Op de y-as van onderstaand figuur wordt de vraag “wie start” gesteld. Zijn het de georganiseerde instanties die zullen werken aan de kwaliteit van een leefomgeving (al dan niet samen met bewonerscommissies en wijkorganisaties) of wordt deze verantwoordelijkheid volledig bij de bewoners zelf gelegd die dan zelf als ontwerpers kunnen optreden? We kunnen hierbij een onderscheid maken tussen de onderstroom van burgers dewelke ongeorganiseerd ideeën afvuren vanuit een op zichzelf georiënteerd standpunt. Het is deze stroom die met een wijkbudget bereikt dient te worden. De bovenstroom bestaat dan uit de formele sociale structuur zoals bewonersorganisaties en instanties.
Waarom wijkbudgetten?
In de eerste plaats kan er van uit gegaan worden dat door het voorzien van wijkbudgetten, zoals dat bij de meeste participatievormen het geval is, het draagvlak van een initiatief versterkt wordt. Wanneer het project van de burgers zelf komt zal men veel minder geneigd zijn er zich tegen te verzetten. Daarnaast zou het verlenen van dergelijke budgetten vooral gericht zijn op de verbetering van sociale cohesie in de wijk. Het potentieel van de wijkbudgetten ligt in de emancipatie van de burger van vragende naar kiezende partij. De beschikbaarheid van wijkbudgetten moet bewoners tot ideeën aanzetten en hen de nodige eigen macht en verantwoordelijkheid geven.
Slaagfactoren en valkuilen
Voor het succesvol slagen van een project is het noodzakelijk dat burgers in interactie treden met elkaar om op die manier tot inspirerende voorstellen te komen. Voorstellen kunnen ook van professionals zoals wijkagenten of ambtenaren komen. Het is belangrijk dat de input niet te eenzijdig verloopt. Een wijkbudget is een instrument dat slechts efficiënt kan werken als de nodig dynamiek aanwezig is. Daarom is het aanbevolen het gebruik van wijkbudgetten in te bedden in een participatief budgetbeleid. Het is noodzakelijk zich te organiseren voor het verkrijgen van een wijkbudget. Immers, door een tijdig en gestructureerd overleg tussen burgers en bestuur te organiseren, kan samen tot een beslissing over de te besteden begroting gekomen worden. Zo kan een deel van de middelen operationeel gemaakt worden via een wijkbudget. Het is belangrijk dat een voorstel van een voldoende hoge kwaliteit is. Dat men via overleg tot een beslissing over het budget kan komen draagt hiertoe bij.
Naast ruimte voor overleg blijft de mate van verantwoordelijkheid die aan de bewoners wordt toegewezen een beslissende slaagfactor. Het gehele proces moet door het bestuur voorzien worden van de nodige structuur, wat het een open en democratisch karakter geeft. De sturing dient beperkt te blijven tot enkele kwaliteitsvoorwaarden. De rol van de burger bestaat er in de verantwoordelijkheid op zich te nemen bij de realisatie van een project, eigen engagement is noodzakelijk. Door actie en reactie vanuit de burgermaatschappij zelf zouden eventuele problemen van representativiteit en draagvlak uitgeklaard geraken. Een mogelijk struikelblok waarmee men kan te maken krijgen is het belangenconflict waarmee een gemeente kan geconfronteerd worden. Dit conflict bestaat er in dat wanneer een bestuur een maatregel wenst in te voeren, waartegen protest wordt gevoerd, men deze actiegroep gaat subsidiëren en dus het eigen initiatief ondermijnt.
Voorbeeld uit Leuven: “Kom op voor je wijk”
Kom op voor je wijk is een initiatief van de stad Leuven waarbij bewoners de kans krijgen een project te bedenken en voor de uitwerking hiervan materiële en financiële steun van het stadsbestuur krijgen.
Twee soorten initiatieven komen in aanmerking voor ondersteuning: materiële realisaties in de woonomgeving en initiatieven van sociale, culturele, informatieve of van een andere gemeenschapsvormende aard. De ideeën moeten in ieder geval het particulier belang overstijgen en moet dus minimum door 12 bewoners gedragen worden. Voor materiële realisaties bedraagt het maximaal beschikbare budget 18500 euro per geselecteerd initiatief. Dit bedrag kan aangevuld worden met logistieke en andere ondersteuning. Het maximum ter beschikking gestelde budget voor de tweede categorie van initiatieven bedraagt 2500euro. Er wordt maximaal aan 80% van de totale kost tegemoetgekomen. De uitvoering ervan is volledig voor de rekening van de initiatiefnemer, dit kan gaan om een financiële, materiële of logistieke inbreng.
Referenties
Van Roy, W. (2008) “Wijk- en buurtbudgetten: in vogelvlucht over Vlaanderen”. in: Terzake. Brussel: vzw De Wakkere Burger, pp. 6-10.